E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 148
Derde deel
150
XXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
eeusmolt,
men van den
dat
IV.
uitwendigen klank niet meer kon afkomen,
en zich altoos weer diets maakte: Ja, waarlijk, zoo staat het er toch, mijn
is
uitoefenen, dat zelfs Luther, hoe
ook gesmeekt en gebeden, ten laatste werkelijk meende, dat zou
terie
zoo
loslaten,
hij
dit
mijn bloed. Woorden, die zoodoende allengs
dit is
macht op den geest gingen
een
zulk
en
lichaam,
ook maar even
afliet
hij
het mys-
van den klank van het
woord.
Ook de Gereformeerden hadden
hier schuld aan.
Had Zwingli
en leugenachtige Avondmaalstheorie tegen die van
dorre
Luther
steld, allicht dat
te
winnen
niet zijn
Rome
overge-
\vare geweest, gelijk Melanchton half
gewonnen was. Maar Zwingh bestreed
niet alleen de verklarende uitleg-
ging van de instellingswoorden maar met die verklarende uitlegging ook ''-
het
mysterie
was,
zag,
met
zijn
Zwingli,
zelf.
voelde
zelf
mat en
redeneerend verstand; met
terlijk alleen
bij
het Avondmaal. Hij zat er aan
zijn
ondiepen geest; en wilde nuch-
hij
zag en waarnam. Voor het onge-
datgene erkennen, wat
ziene en toch aanwezende miste de tegenwoordigheid des Heeren
En zoo
het geestelijk oog.
hij
wege het Sacramenteel karakter
als heel zijn opvatting
ongeestelijk
geen mysterie
bij
het
uit
Avondmaal
en
niet,
weg. Insgelijks zoo,
zij
ervoer hy
nam
er des-
het ook op
En ook hier te lande Avondmaal beroofden
andere gronden, hadden de Anabaptisten gehandeld.
waren van
er
zijn
duizenden
bij
glans
heiligen
duizenden, die het heilig
en
het
omzett'en
in
een nuchter gedachtenis-
maal. dat nu heeft Luther verschrikt. Voor die zielmoordende platheid en
En
matheid wij
teruggedeinsd. Een reactie die zóóver verklaarbaar
is hij
voor
om
niet in
terug te vallen;
genieten
weet
in
Sacrament. En
met
heel zijn hart verfoeiende, toch de geestkracht
Rome's vermenging van het mysterie met het wonder
maar
^ van het mysterie,
in het
dan ook Cal vijns onvergankelijke eere dat hy, Zwingli's
juist is het
ijskoude nuchterheid bezat,
dat
ons liever met Luther in de Consubstantiatie zouden dwalen,
dan met Zwingli afstand doen van elk mysterie
daarom
is,
de kerken terugriep naar die geestelijke opvatting
die brood brood en wijn wijn laat,
de tegenwoordigheid
des
en desniettemin
Heeren onder
het
te
Sacra-
ment.
Nog
^
eens, een
Avondmaal zonder Christus
is
geen Sacrament. En toch
dat had Zwingli er van gemaakt. En de vraag stond dus maar, of die tegenwoordigheid des Heeren onder het Avondmaal geestelijk door den Heiligen Geest zou gewerkt worden, of zinlijk en tastbaar door een wonder dat geschiedde aan het brood en aan den wijn.
stuk
staande,
greep
En voor
toen Calvijn en grepen met
hem
dat diepe vraag-
de Gereformeerde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's