E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 329
Derde deel
ZOND.
nu
Door deze beginselen
der?"
mag denken:
noch
kan
ze
het natuurlijk verloop der kerkelijke dis-
Kaïns roepen: „Ben
tegen
vlak over
staat
is
mijns broeders hoe-
regel der Christelijke liefde,
rusten in de overtuiging, dat de kerk gegrond
is
op het beginsel van
soli-
verantwoordelijkheid van den één voor den
van onderlinge
en
ik
gaat het mij aan, of een ander
,,AVat
moet naar den
en ze
dwaalt of zondigt?"
dariteit
331
XII.
aangewezen.
cipline vanzelf
Ze
XXXI. HOOFDSTUK
ander.
Diens volgens pline
opzicht tot den ander geroepen
Geen geestelijkheid
die
zijn.
In de kerk
voor
het
ZELVEN evenals hun voorgangers, geroepen en
strijden,
te
disci-
het onderling vermaan, waartoe de leden der kerk, de één met
in
staan.
van deze kerkelijke
er reeds een eerste uiting
ligt
te
yveren,
opdat ze den
mag geen
hiërarchie be-
leeken afdoet. Maar de leeken
om
voor elkander te waken,
naam Gods en
zijns
Verbonds
aan anderen geen aanstoot geven, en persoonlijk wassen
niet onteeren,
in
heiligmaking.
de kringen der wereld weet
In
maar
der,
die bespreekt
men
men
allerlei leelijke
dingen van elkan-
achter elkanders rug, of werpt ze elkaar in
en opwinding scheldend en schimpend voor de voeten. Maar zoo
drift
het in de kerk des Heeren niet
zijn.
De
mag
leden der kerk zullen zich veel-
en hun toorn inbinden; maar des te getrouwer en ernstiger elkander in het aangezicht zeggen, wat men tegen elkander heeft; of ook, waar het geen persoonlijke grief eer
van allen achterklap
stiptelijk
onthouden,
wat men iemands gesprekken levensmanier
betreft
of conversatie onbe-
staanbaar acht met de roeping van Gods kinderen. Natuurlijk moeten hierbij nadere aanwijzingen gevolgd dat
vanzelf,
wie
leeft in
;
want
het spreekt
een kerk van tien duizend leden, niet dag aan
dag deze allen vermanen kan. Hierbij moet dus gelet op de indeeling,
God
zelf in het leven
vuldig
in
maakt. Met den één brengt God de Heere ons
aanraking, den ander kennen
we nauwelijks
bij
die
veel-
name. En zoo
het dan in den aard der zaak, dat een iegelijk tot dezen dienst van
ligt
het vermaan in de eerste plaats geroepen
is
bij
die personen, die
God de
Heere
hem
nu
het trouw en broederlijk, zoo ge ze niet zonder waarschuwing laat
is
veelvuldig op zijn
voortzondigen,
maar
ze
weg
in liefde
brengen; terwijl omgekeerd op elk
wege en
rust,
liefde
om te
hunnen opzichte
en met teederheid tot inkeer poogt lid
te
der kerk de verplichting van Gods-
zulk vermaan en zulk een waarschuwing met gelatenheid
ontvangen. Dat deze vermaning oudtijds telkens in practijk
werd gebracht, stond.
doet ontmoeten. Te
geldt als bewijs, dat destijds het geestelijk leven hooger
Dat ze sinds almeer in onbruik geraakt, toont dat de Kaïnsge-
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's