E voto Dordraceno - pagina 88
ZONDAG
76
HOOFDSTUK
IV.
III.
ondergaat geen straf meer. De verkondigers van deze nieuwe dus geen hooger, maar
verkleinen zijn Majesteit. Zij verkleinen de schuld van het schenden
Zij
van
leer hebben gedachten van den Heere onzen God.
juist kleiner
zijn Majesteit.
En brengen
eigenlijk dezelfde onheilige theorie
rechtsbedeeling over, die de zelfmoordenaar volgt, als
zelfmoord ben
op Gods
denkt: met een
hij
ik er uit.
Doch bovendien, deze geheele
voorstelling
is
ongerijmd,
en gaat
uit
van een geheel valsch begrip van den dood. „Dood" is nooit ,, vergaan" en is nooit „vernietigd worden". Dood is altoos als de levensband ophield te werken. Sterven is het langzame losgaan van dien band. Maar als nu
band
die
los
is,
dan
er
is
niet
het afschuwelijke en rampzalige van
Als de dood den band, die
ziel
in
dat
in
uit.
en lichaam bond, doorsnijdt, dan valt
maar
niet,
het wordt
lijk
binnen
laat
tijdelijken
Snijdt
lijk,
en
haar eerst
in
is
al
alles
wij
de
de afschuwelijkheid van
dood.
En zoo nu ook wezen.
en
opwerken naar buiten. Deze werking noemen
ontbinding van het
den
lijk,
begint aanstonds een geheel andere w^erking, die
de gassen ontbindt, de vochten scheidt, de vezelen loswoelt,
van
een
de werkeloosheid van een marmeren beeld of wassen
lijk is niet
pop, maar in dat
integendeel
er
andere werking komt dan
die
den dood
lichaam niet weg, en het verdwijnt
het
en
maar dan begint
niets,
een geheel andere werking, en juist
de
is
het met den dieperen wortel van den
zonde
in
dood in ons onzen geestelijken dood onzen levensband
met het eeuwige Wezen door, dan is onze ziel daarom niet weg en ze niet, maar ze wordt boos. En in die booze ziel is niet de stilstand van het beeld, maar ontwikkelt zich een zeer krachtige werking van alle hartstochten, en deze brengen dan ons zedelijk bederf. Dit is verdwijnt
worm
vonk die nooit wordt uitgebluscht. En nu eerst komt onze afschuwelijkheid uit. Eerst, zoolang we nog op aarde zijn, beteugeld door de gemeene genade, maar in de eeuwigheid de
die
nooit sterft en de
hierin
der hel eens op ongetemde wijze. hel, is
De dood werkt in
alle
En
dit nu, in
verband met de omringende
dan de eeuwige rampzaligheid. alzoo
in
verderf en bederf
alle
om
krankheden en zwakheden des lichaams,
ons heen, en
en ontwrichting van onzen geest
in
ons.
in
Alle
alle
innerlijke
ellende,
alle
verstoring
rouw,
alle
bange angst en zielverterend verdriet, dat op aarde geleden wordt, het is alles één trekken van dien éénen zelfden dood, die door éénen mensch in de wereld is gekomen en tot alle menschen is doorgegaan. Van deze werking van den dood is wat wij het ,,aardsche sterven" noemen slechts
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's