E voto Dordraceno - pagina 149
ZONDAG
Ge
HOOFDSTUK
Vn.
137
III.
kunt niets aannemen, of het moet voor u zekeren vorm of zekere inhoud hebben, en zoodra ge aan den Christus ooJc
gestalte of zekeren
maar eenigen vorm
of eenige gestalte of eenigen inhoud toekent, ontstaat
de vraag, of ge u
in
uw
voorstelling
ook soms
vergist, of
uw
voorstel-
ling wel strookt met het Evangelie, en of ge soms ook een denkbeel-
dlgen Christus verkoost
van den wezenlijken die voor ons leed en
in stee
stierf.
Zoo komt ge dus aanstonds op
het terrein
van
het
en
bewustzijn,
dat de kennisse wel moest voorafgaan,
overtuigend,
blijkt
al
geven
we
gaarne toe dat er duurzaam een gestadige wisselwerking ontstaat, een meerdere kennisse die tot warmer gemeenschap en een inniger gemeen-
schap die
tot zaliger
kennisse
Kennisse en sympathie voeden elkaar
leidt.
wederkeerig.
Gelooven blijft daarom gelooven in strikten zin. Gelooven wil zeggen: gesprokene woorden als waar aannemen, niet omdat gij er de waarheid van inziet, maar omdat uw zegsman in zijn persoon u voldoenden waarborg oplevert. Weg dus met alle nieuwe vondst, dat gelooven eigenlijk
een alles
„omhelzen",
moge
gelooven Zult zult,
er uit
niet.
gij
iets
gelooven, dan moet er
iets
gezegd
zijn,
wat ge gelooven
en de waarheid en zekerheid van dit gezegde moet voor u uitsluitend
gelegen zijn
in
den persoon die het zegt.
Weten komt daarom Als
„zich overgeven", zich „toevertrouwen",
is
wat ook; neen, laat ons nuchteren blijven. Dat volgen, maar is toch het eigenlijke, oorspronkelijke
of
gij
iets
zegt,
vertrouwen dat
bij
geloof ik het,
uw
maar bij alle personen geloof. zoo ik het aanneem op grond van het inboezemt. Boezemt gij mij dat vertrou-
zaken
persoon mij
te
pas,
wen niet in, en ga ik ander bewijs zoeken, dan geloof ik u niet. En zoo nu ligt het ook bij God den Heere en bij het geloof dat
zalig
maakt.
Te gelooven
God gesproken
onderstelt heeft;
lo.
dat
en 30. dat
God gij
dit
sprak;
door
2o.
dat tot u
kwam wat
God gesprokene nu
voor
waarachtig en zeker houdt alleen en uitsluitend op dezen eenigen grond, dat Hij die het sprak niet liegen kan.
Zoo, en zoo alleen
En daarom
mag
het in onze Christelijke kerk geleerd worden.
ook de Catechismus zoo schoon en waar, dat een Christen gelooven moet al wat God in zijn Evangelie beloofd heeft. Een belofte is in woorden. Een belofte is uitgesproken. Een belofte onderstelt een belover. En nu is het noodig ter zaligheid, dat gij God den Heere op het woord zijner belofte om zijns zelfs wille gelooft. zegt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's