E voto Dordraceno - pagina 437
ZONDAG Daarna wierd
in
de
HOOFDSTUK
XVI.
XVde Zondagsafdeeling
425
I.
de tweede trap van ver-
nedering besproken, die hierin bestond, dat Immanuël niet slechts ons
maar Man van smarten wierd. En nu eindelijk in de XVIde Zondagsafdeeling komt hij aan de derde trap van vernedering vleesch aannam,
toe,
hierdoor gekenmerkt, dat Hij
niet
slechts
Man
van smarten werd,
maar ook Kind des doods. Hiermee is niet ontkend, dat de trappen van vernedering ook anders kunnen geteld worden. Dit hangt af van het standpunt waarop men zich indeelingen van deze trappen plaatst. Maar ook al laten zich andere denken, toch zal de indeeling door den Catechismus gevolgd, steeds veel voor zich hebben: lo. Hij komt in het vleesch; 2o. Hij wordt, in het vleesch gekomen. Man van smarten; en 3o. Hij gaat. Man van smarten geworden zijnde, in den dood. Toch deelt de Catechismus feitelijk deze beide laatste trappen, aan de hand van de Geloofsartikelen, weer in drieën in. Zoo toch leerde hij in de XVde Zondagsafdeeling, dat het lijden van den Man van smarten drieërlei diepte had: lo. het lijden op zich zelf; 2o. het lijden als een veroordeelde; 3. het lijden als een vervloekte.
En
evenzoo
nu
deelt
de Catechismus ook de derde trap van ver-
lo. het ingaan in den dood; 2o. het t. w, doorgaan tot den Sjeól; en 3o. het nederdalen ter helle. Een beloop geheel conform den gang der Twaalf Artikelen, waar het heet: Gestorven en begraven nedergedaald ter helle.
nedering nogmaals
in
drieën:
Zoo komt de Catechismus dan
in
de eerste plaats tot het sterven als
sterven van den Heiland, en stelt naar aanleiding daarvan
„Waarom
deze vraag:
dood moeten vernederen"? en geeft op die vraag dit bondig antwoord: Omdat vanwege de gerechtigheid en de waarheid Gods niet anders kon voor de zonde betaald worden, dan door den dood des Zoons van God!; en beroept zich daarbij op wat de heilige apostel dienaangaande in Rom. VIII 14, 15 leert; 3, 4 en Hebr. II tevens onder verwijzing naar het gebod aan Adam in het paradijs gegeven, met de daarbij gevoegde bedreiging. God had in het paradijs gesproken: „Ten dage als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven. Wie het voor den gevallen mensch opnam en zijn rantsoen betalen en borgtocht leveren zou, moest dus in den dood in. En dat is het dan ook, wat Hebr. II 14, 15 zegt: „Opdat Hij door den dood teniet zou doen dengene, die het geweld des doods had, dat is den duivel, en verlossen zou al degenen, die met vreeze des doods door al hun leven der dienstbaarheid onderworpen waren." Een belijdenis, die in Rom. VIII 3, 4 rechtstreeks uit het bestel Gods heeft Christus zich tot in den
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's