E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 54
Derde deel
56
XXYII. HOOFDSTUK
ZOXD.
gen
behandelen en
te
beschouwen heeft
te
nadewerk reeds begonnen '^
is,
en
YIII.
dezulken in wie Gods ge-
als
op dien grond heeft
ze
te
doopen. Iets
waar men ten overvloede nog het formulier van den Bejaardendoop bij kan voegen, dat, gelijk men weet, met het formulier van den Kinderdoop ééne
is.
Immers de bedoeling van de kerken
dendoop alleen ben;
maar
dat
dit
tweede formulier
men
bij
niet, det
is
wat
zal lezen,
Bejaardendoop beginnen
met de
zal
eerste formulier voor den Kinderdoop, tot aan de
worden:
kinderen deze dingen niet verstaan; en alsnu voor
jonge
men
Bejaar-
bij
noch zin zou heb-
slot
lezing
van het
En hoewel onze
wat daar verder
volgt in de plaats zal lezen hetgeen gedrukt staat in het formulier voor
den Bejaardendoop. In beide stukken heerscht dus éénzelfde beschouwing
N
van den heiligen Doop. En wat wordt de beteekenis van den Doop gevraagd? Christi en zyner
Dit nu op den
nii
hier
Dit,
van den doopeling omtrent
„of
gij
dat
gij
een
lid
kerk door de kracht des Heiligen Geestes zui geworden?"
Doop van het kind toepassende,
^ derstelling, dat ook eer het tot den
gelooft,
dit
leidt
dus tot de vaste on-
kindeke reeds de bewerking des Heiligen Geestes,
Doup komt, ondergaan
heeft.
Calvijn heeft in ziJD Institutie dan ook geheel hetzelfde standpunt inge-
nomen. Zoo dan
de
in
XVI Boek IV
Hoofdst.
kinderkens
deze
zaak
beteekende
waar
§ 5, (de
hij
vraagt: „Bijaldien
genade der wedergeboorte)
den Doop) gewaarom zullen ze dan van het teeken (d. weerd worden?" En nog duidelijker in zijn strijd tegen de Wederdoopers.
deelachtig
zijn,
i.
Calvijn ging hierbij uit
ontvangen en geboren geboren het nu
van de grondstelling, dat zijn,
en daarom,
tenzij ze
alle
kinderkens in zonde
voor hun sterven weder-
worden, een prooi der eeuwige verdoemenisse bij
kinderkens
hem zijn
zijn.
En overmits
God de Heere ook onder de vroeg stervende uitverkorenen heeft, zoo besloot hij hieruit, dat God de
vaststond, dat
Heere dus ook op voor ons geheel verborgene wijze het zaad der wedergeboorte kan inplanten. „En als ge dan vraagt," zegt Calvijn, „hoe kleine kinderen, die nog van geen goed of
worden, dan antwoord begrip te boven gaat,
ik,
dat
men
daarom toch
kwaad weten, kunnen wedergeboren dit
genadewerk Gods, omdat het ons
niet loochenen
kinderen, die zalig worden, wel voor
mag, dat jong stervende
hun dood moe^ew wedergeboren
zijn;
... en dat God Johannes den Dooper reeds in zijns moeders schoot met den Heiligen G^est begiftigd heeft" (§ 17). „Christus heiligt zijn uitverkorenen
uit eiken leeftijd
zonder onderscheid"
(§
18).
23 staat, sluit de wedergeboorte van het kind niet
gen alleen
op volwassenen slaat, zoodat
men
En wat uit,
in 1 Petr. I:
overmits dit zeg-
hieruit niet
mag
afleiden,
dat kinderen door de kracht Gods niet kunnen wedergeboren worden
;
een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's