E voto Dordraceno - pagina 291
ZONDAG
XII.
HOOFDSTUK
279
I.
Zoon des menschen, en wat titels er meer voor zijn glorie dan is en blijft toch onder alle deze hooge en heilige titels
zijn
mogen,
alleen Jezus
de persoonsnaam des Heeren, en de uitdrukkingen „Heere", „Christus", „Gods Zoon", „Zoon des menschen", doelen evenals dat Prins de Stad-
houder
bij
Maurits deden, deels op zijn herkomst, en deels op de ambten
en waardigheden die
hij
bekleedt.
Dit geldt dus ook van den naam Christus, aan welks bespreking thans toe zijn. „Christus" is de aanduiding van Jezus' ambt. Indien
ons gewend hadden onzer
dit
om
we we
altoos van Jezus den Christus te spreken, zou elk
terstond gevoelen.
Nu we
nalieten
dit
is
„Christus"
maar
al
met „Jezus" ineengevloeid en is het daarom volstrekt noodig, dat de kerke Gods beide weer helder ga onderscheiden. te veel
Wat
duidt deze ambtstitel
„Christus"
Niets minder, dan dat Jezus drager
ambt in volstrekten ambtsdrager en daarom de Christus ambt;
van
het
dan aan? van hef hoogste en
is
zin;
zoodat
hij
heiligste
eigenlijk de eenige
is.
Christus beteekent Gezalfde. Zalving nu
symbool van het leggen op een mensch uit de menschen
is
iemand van hooge en heilige macht. Als er wordt uitgenomen, om koning te zijn, dan voelt ieder de behoefte om zulk een nietig mensch met sierlijke kleederen te omhangen en hem een kroon van goud op het hoofd te zetten. Dat purper en die kroon duiden dan voor ieders oog aan, dat zulk een nietig mensch deze macht van nature niet had, maar dat ze van buiten op hem gelegd en hem omgehangen is. En ter aanduiding dat deze op hem gelegde macht goddelijk van oorsprong is, omhangt men hem met zeer kostbare en schitterende kleedij.
En dit is reeds iets. Maar toch de omkleeding van dezen mensch met glans en schittering is zoo nog niet innig genoeg. Ze siert hem wel voor het oog der menschen, maar ze raakt hem zelven persoonlijk, in zijn eigen wezen, niet. En daarom komt nu bij die kostbare kleedij nog de zalving, die langs zijn hoofdhaar en baard afleekt, en zijn gelaat en borst en tot de huid zijns wezens overvloeit; ja, door den kostelijken geur tot in zijn binnenste besef indringt. Zalfolie is een zeldzaam glanzige olie, zooals het Oosten vooral zulke glanzig gouden oliën oplevert. Het doffe en dorre overtrekt zulk een olie met een waas van schoonheid en schittering. Zooals het doffe, dorre hout gepolijst wordt en nu met een schitterenden zweem van glans overtogen is, zoo ook strekt in het Oosten de zalving om de dorre lichaamshuid met een dun waas van schittering te overdekken, en ze in glans en gloed te zetten. De olie vormt op die wijs een allerdunst gewaad waarmee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's