E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 32
Derde deel
ZOND. XXVII. HOOFDSTUK V.
34
Toch
ligt er in
de Besnijdenis nog meer.
maar
Vele jonge kinderkens moesten besneden worden,
Niet
wichtjens. ,
van
de kinderkens der heidenen, maar
niet alle jonge
de jonggeborenen
ivel
en van wie met Israël tot één volk saamgroeiden. Men
Israël
dus geheel mis, zoo
men
stelt,
gaat
dat jonge kinderkens zulk een genadetee-
ken enkel daarom ontvangen mogen, omdat ze nog zoo jong en daarom zoo onnoozel zijn. Dit leert men thans wel in Amerika en komt daardoor gansch verkeerde Doopspractijk maar nooit heeft eenige Gereformeerde Belijdenis zich op dit valsche standpunt geplaatst. Steeds en onverander-
tot
;
heeft de Gereformeerde Belijdenis zich op het standpunt van het Fer-
lijk
bond geplaatst, en even
stellig
den Doop geweerd van hen,
die, buite^i
het
stonden, als toegediend aan hen die in het Verbond waren op-
Verbond
Wel
genomen.
heeft "de Gereformeerde Belijdenis zich nooit een oordeel
aangematigd over de kinderkens der heidenen, des verstan ds komen,
men
sterven. Eer neigde
die vóór ze tot onderscheid
om Gods
steeds
barmhar-
tigheden zóó ver en breed mogelijk uit te breiden. Maar waar de Heilige achtte
zweeg,
Schrift
eenvoudig
niets
ook de Belijdenis
van en kon er dus ook
of vermoeden toch heeft
waarde. Het
lot dezer
zoo
in
moeten
niet
zwijgen.
Men
wist er
van spreken. Bloote gissing
teedere ernstige zaak geen de minste
duizend wichtjens behoort tot de verborgene dingen
den Heere onzen God
die voor
te
zijn,
en
is
niet
opgenomen onder de stuk-
ken, die Hij zijn menschenkinderen heeft geopenbaard. Geopenbaard daar-
entegen -^
is
ons wél de zake des Verbonds, en
den opmerkelijken regel dat het Gode in verband
Op
te
zetten
kiezing
dit
Verbond openbaart ons
heeft zijn heilige uitverkiezi^ig
met den samenhang der geslachten.
zich zelf, dit geven is
beliefd,
we
^rif toe,
kon het ook anders
baar geweest, dat God de Heere zijn uitverkiezing de
dezer
eeuw
in
zijn.
eeuw onder de negers van
uitver-
v.
b.
in het eerste vier-
Afrika, in het tweede vierde dezer
China in het derde vierde dezer eeuw onder de Indianen, en in
het laatste vierde dezer eeuw onder de Turken had gesteld. geweest,
De
een daad van vrijmachtige Souvereiniteit, en zoo ware het denk-
dan zou men
de negers hebben zien
Ware
zoo
dit
eerst plotseling een heilige, bloeiende kerk onder
opkomen en weer wegsterven
;
daarna zou de kerk
onverwachts schitterend in China hebben geblonken en ook daar weer zijn ondergegaan; voorts zou onder de Indianen, buiten kerk van Christus met macht
ken
;
noch
zijn uitgebroken,
om
alle
berekening om, de
straks weer in te zin-
en thans zou de kerk van Christus in Turkije en Arabié bloeien en ;
in
Amerika noch
onderscheiden
zijn.
in
Europa zou
iets
van de ware kerke Christi
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's