E voto Dordraceno - pagina 463
ZONDAG XVL
We
O,
HOOFDSTUK
451
V.
weten wel, aan die weetzucht, aan dat vragen moet ten leste De hand moet op den mond. En we hebben, zoo
het zwijgen opgelegd.
onze graven,
bij
ge
Jezus' graf, ons te wachten voor verborgenheden die niet voor ons ontsloten zijn. Mits deze vragen maar geen vragen van scholastische geleerdheid ziet en
indringen
het
in
voornamelijk
als
bij
in
mee spot. Mits ge maar erkent en inziet, dat wie bij Jezus' graf met zijn zielsoog door de diepte wil boren meer liefde voor zijn Heiland verraadt, dan wie er gedachteloos bij staroogt. En mits ge maar er niet als
op
toegeeft, dat er wij
deze vragen een antwoord bestaat, alleen maar dat
al
weten kwamen.
het niet te
Gereformeerden, die aan deze voorstelling van een plaatselijke nederdaling ter helle geheel ontkomen zijn, hebben ons daarom te wachten, dat we, hoorende wat de Roomsche en Luthersche kerken dienVooral wij
aangaande, elk weer onderscneidenlijk, belijden, niet met zeker leedvermaak op heur belijdenis neerzien als op een inbegrip van menschelijke dwaasheid.
Neen,
al
heur voorstellingen zijn geboren
uit
een zoekenden geest, die
het gesloten graf van Jezus nagedacht, gepeinsd en
bij
en alleen deze fout beging dat
hij
verder zocht
in
gemijmerd heeft dan hij
dringen
te
vermocht.
We
dan ook met de afzonderlijke weerlegging van elk heurer bezig houden. Dit zou ons geheel van de eigenlijke helle afleiden en overbrengen op heel ander terrein. Te dat de Heere Jezus den verdoemden niet nogmaals het
zullen ons
voorstellingen
nederdaling
bewijzen
niet
ter
toch
Evangelie verkondigd heeft, als
liggen gelijk
lichaam hel
een taak die thuis hoort
is
wordt aangetoond, dat die boom, in
uitleidde,
inzien, dat
hij
valt.
het graf
Aan
te
rustte,
hoort thuis
toonen,
gelijk
dat de Christus
de gestorven vaderen
bij
de heilsleer
bij
onze vaderen zeiden,
de leer der laatste
uit
niet,
tijdens
blijft
zijn
den voorburg der
dingen.
En
te
doen
de overwinning op den Duivel, die het geweld des Doods had,
op Golgotha en niet plaatselijk in de hel thuis hoorde, was onze taak, toen we gehandeld hebben van zijn lijden en zijn dood. Dit alles laten we thans dus liggen, en het eenige wat bij deze Catechismusvraag ter sprake komt, is de quaestie of de Heilige Schrift, metterdaad gelijk de Roomschen en Lutherschen beweren, hun gevoelen van een plaatselijke nederdaling ter helle bevestigt. Hiertoe beperken
We
hebben
in
we ons dan
ook.
ons vorig hoofdstuk uiteengezet, hoe de nederdaling ter
door de Gereformeerde kerk beleden wordt; we hebben in het bovenstaande aangeduid, aan welke mijmeringen en overpeinzingen de helle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's