E voto Dordraceno - pagina 209
ZONDAG de Schepping een
God van
God
zijn.
zou geworden
HOOFDSTUK
IX.
197
III.
levende, waarachtige, werkende
hefde,
d.
i.
Doch hier bespeurt men dan ook klaarlijk, hoe heerlijk in de Openbaring Gods alle mysteriën saamhangen. Immers in die Openbaring leert ge
God
een
om
kennen, die
zijn liefde te laten
Zoon en
het allerminst geen Schepping van
in
werken, maar
in zich
zelf
noode heeft, genoegzaam, als Vader,
Heilige Geest, wel verre van een starre
integendeel
het
en
rijkste
volste
eenheid
bezat
liefdeleven
en
zijn,
in
eer
te
bezit
zich
zelven.
Glijd over deze overweging niet te ras heen;
want
uit het
dezer zaak spruit de wortel van allen valschen godsdienst.
God
zich inbeeldt dat wij, schepselen, den Heere onzen te
brengen;
en
in
in
als
iets
behoevende,
—
d.
i.
stellen wij
Wie eenmaal
iets
toe
Wezen dus wel
uit
verre
menschen hand gediend
moet wel den weg der werkheilig-
Roomsche dwaling.
van meet af tegen deze gronddwaling de zuivere,
gereformeerde belijdenis onzer Vaderen over, dat het Eeuwige
geheel volzalig en
hebben
schenken zoude, dat Hij
zich zelven te wezen, van eens
heid op en kan niet afblijven van de
En daarom
iets
en dat het Eeuwige
zich zelven niet bezit;
van volzalig kan worden,
Hem
dat onze offerande
misverstand
genoegzaam
in zich
zelven
is,
en dat nooit ofte
Wezen nimmer
Hem
door zijne Schepping iets wordt toegebracht. Deze zelfgenoegzaamheid Gods sluit intusschen volstrekt niet uit, dat toch alzoo deze Schepping een doel heeft. De Schepping is er maar niet 700. Neen, er is een einde, waarop ze gericht is, en dat doeleinde of einddoel ligt wel wezenlijk en eeniglijk in de verheerlijking van Gods Naam. De Naam van God toch is van zijn Wezen juist daardoor onderscheiden, dat zijn Naam is de openbaring van zijn Wezen in zijn Schepping. Het electrisch licht dat
even sterk
maar
licht
ge opsluit
als
in
een metalen cylinder
het schijnsel van den vuurtoren
is
even glansrijk en
op de
kust;
het opgesloten licht straalt niet uit; het mist niet zijn glans,
alleen
maar
van dien glans naar buiten; en eerst als ge die korenmaat van af en dien metalen cylinder wegneemt, zal, zonder dat er ook maar
alleen het spoor er
eenig licht bijkomt, toch plotseling dat eerst
nu naar
alle
in
zich zelf besloten
licht,
kanten uitstralen.
En zoo nu ook
is
aan
God den Heere door
de Schepping wel niets
hoegenaamd toegebracht; want eeuwig onveranderlijk in zich zelven, is en blijft Hij de overvloeiende Bron en Fontein en Springader van alle licht en liefde en leven; maar zoolang er nog geen Schepping was, straalden deze Deugden Gods niet uit. Ze waren in zijn Eeuwig Wezen besloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's