E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 527
Derde deel
ZOND.
een hooge
slechts
vereering
om
machtig gebleken,
XXXI VÖ. of
HOOFDSTUK
Didia.
aan het kwaad, dat er
beletten; en in de practijk valt feitelijk
tusschen Maria.
,.
maar
is
529
deze onderscheidingen
in woelde, het
uitkomen
al te dikwijls
elk
vereering" en „aanbidding" weg. Met
Men
name
ten
steunt en vertrouwd dan minder op de liefde
Gods dan op de hulpe, bede en
Toch
IV.
die deze heiligen verleenen zullen
verschil
opzichte
en
de
te
van
trouwe^
door hun voor
en dit beweegt dan de onnadenkenden om zich, door middelen van vereering, de buitengemeens gunst van zulk een heilige te verwerven. Wel onderstelt al zulke vereering, dat de heilig geen macht heeft buiten God, maar toch schuift deze heilige als creatuur invloed
;
al sterker
zich tusschen
God en het schepsel
in,
zich hoofdzakelijk op het creatuur dat
Van
'
en het vertrouwen van hart richt
men
heilig acht.
1)
geheel anderen aard
is de derde vereering, waarop we wezen, die den grond der zaak met de vereering van het Noodlot, de Fortuin of het Geluk één is. Avontuur is een woord, dat wü
van het Avontuur,
die in
hebben nagebootst van het Fransche aventure, dat aanduidt
:
iets
dat
")
ons
van het Latijnsche woord: adverineof „overkomen." Heel het denkbeeld nu dat hieraan ten grondslag ligt, is onvenvacht overkomt, en algeleid
van Oostersche herkomst, en tochten.
De
is
kwam
Christelijke ridderschap
tot heerschappij
had
na afloop der kruis-
in de kruistochten nobel gestreden
^
voor een verkeerd gekozen ideaal. Toen nu die kruistochten ten slotte toch hun doel misten, bleef er een leegte in de ridderwereld achter. Men miste thans het hooge geslacht geleefd had
;
doel,
waarvoor heel de ridderschap geslacht na
en zocht toen in de wereld der verbeelding wat de ^
werkelijke wereld onthield. Deze zucht nu werd gevoed door
herinneringen die
men
uit het
de
velerlei
Oosten had meegebracht, waar een afge-
doolde verbeelding sinds eeuwen zich vermaakt had met
het
uitdenken
van een wereld van geheimzinnige werkingen en natuurkrachten. Men behoeft de Feeënwereld der Daizend-en-één-nacht zich slechts voor den geest te roepen,
om
zich te herinneren,
hoe het
zelfs
Islam niet gelukt was deze denkbeeldige figurenwereld
den Oosterling de
ridders op
te
uit het hart
van
bannen. Toen nu de heilige aandrift van het geloof, dat
hun kruistochten
bezielde, verslapte,
begrijpelijk, dat ze zich
en deze too ver wereld
aan hun verbeelding aanbood, was het
zich uit de Oostersche herinnering
volkomen
aan den starren
door het avoncMirlijke lieten wegsiepen,
en in de laatste eeuwen voor de Rüformatie byna geheel in de vereering
1)
De vraag
Gebod E
of afgestorven personen ^ons
hooren kunnen, bihoort niet
bij
dit eerste
thuis.
VOTO UORUR.
III.
^^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's