E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 130
Derde deel
XXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
132
I.
de Christus in de gemeente als geheel wordt ingepredikt,
van
het
Avondmaal de geheele Christus
heilig
het uitdeelen
bij
A
persoonlijk aan
of
B
wordt aangeboden en door A en B, zoo ze gelooven, wordt aangenomen ontvangen.
en
deze
Juist
Luther noch aan de Luthersche kerk ooit gelukt,
zeggen wat het Sacra-
te
Woord. Het eigenaardig karakter van het Sacrament
voor hen
Luthersche
intusschen de meeste Lutheranen van in zooverre ze geloovige
blijft,
vaststaan,
dat
dit alles niets af,
Lutheranen
alleen de
zijn,
en
belij-
wie met geloof brood en wijn ontvangt, m, met en
brood en wijn, het wezenlijke lichaam des Heeren ontvangt. Omdat
onde?'
Christus gezegd heeft: „Dit er,
in de
dientengevolge nooit tot zijn recht gekomen.
is
Nu weten denis
het noch aan
is
deed, hetgeen ook niet gedaan v/erd door de prediking van het
ment nu kerk
Woord en
echter door doze vooropstelling van het
van het Sacrament met het Woord,
gelijkstelling
mijn lichaam" houden ze ook staande, dat
is
hoe en op wat wijs dan ook, geloofd en beleden moet, dat het brood
van het Avondmaal het lichaam des Heeren wel waarlyk
men nu
hoe de Lutheranen
Avondraaalsleer
bij
dat de Goddelijke natuur alle Goddelijke,
natuur
in
ons menschelijk lichaam,
Heeren aan een plaats
omwandeling op aarde,
de
Wel met
zijn.
zijn vleesch
vraagt
maken, dan hangt deze leer
van de Hemelvaart
is Christus God en mensch maar ook de menschelijke
blijkt
dus ook
Als Jezus ten
lichaam des
dit
den hemel gebonden, en kan, evenals tijdens
in
slechts op ééne plaats tegelijk zijn. Is
kan
lichamelijk in den hemel, zoo
plaatsen
te
menschelijke eigenschappen bezit en behoudt.
alle
hemel vaart
dat
pogen waar
Volgens Gereformeerde belijdenis
des Heeren. zóó,
zijn
dit
hen geheel saam met hun
En
is.
zijn
hij
„genade, majesteit en geest",
en bloed. Zoo echter leeren de Lutherschen
hij
dus
aan duizend
niet tegelijk op aarde
maar niet.
uiet
Zij
met
zeggen
beide naturen in Christus niet elk haar eigenschappen behielden,
maar hare eigenschappen over en weer aan elkander mededeelden, zoodat met name in den staat der verheerlijking de Goddelijke eigenschappen zich
ook aan de menschelijke
ziel
en het menschelijk lichaam van den
Christus zouden hebben meegedeeld. Gelijk nu de Goddelijke natuur overal-
tegenwoordig
is,
zoo zeggen
overaltegenwóordigheid deze
ze,
moet ook aan het lichaam des Heeren
toegekend
worden; en aldus geschiedt
lichamelijke overaltegenwóordigheid
het heilig
Avondmaal ook
het, dat
van den Christus (Ubiqueïtas) by
in het brood en in
den wijn
is.
Hij is dus niet
enkel in het brood en in den wijn, maar ook daarbuiten. Dus nietzooals
Rome •maar
leert,
gaat brood en wijn in het lichaam en bloed des Heeren over,
tegelijk
met het brood en den wijn
en dien wijn, ook de Christus.
is in,
onder en
bij
dat brood
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's