Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 51

Derde deel

2 minuten leestijd

.

ZOND.

God Drieëenig door den Doop

nade, die

de mogelijkheid schept

bewust

XXVII. HOOFDSTUK

te

om

53

VII.

Sacrament werkt, en

zelf als

die s

van Christus ook

zich later van zijn inlijving

worden.

met het dankgebed, en het dankgebed is niet in strijd met het Formulier, maar beide zijn volmaakt één. Ook hier toch wordt, geheel in overeenstemming met het voorgaande beleden, „dat de Doop nu verzegelt en sacramenteel bekrachtigt, dat God ons Het Formulier

dus niet in

is

en onze kinderen

tot

zijn

strijd

kinderen aangenomen heeft." Iets

zich volstrekt geen uitspraak

toekomst van deze gedoopte

wat Gode deze kinderen, naar Gods

kinderen aanmatigt; zij

gedoopt heeft, in de onderstelling dat ze tot die onderstelling rust

waarmee de kerk

omtrent den geestelijken staat of de eeuwige

toekomt; maar slechts uitsprak, dat

En op

^

alleen bevel,

uitverkorenen behooren

zijn

dan ook het slotgebed

dat God de Heere „deze gedoopte kinderen met

iets

in deze

dankzegging

zijnen Heiligen Geest

al-

:

regeeren, opdat ze in den Heere Christus wassen en toenemen;" wat natuurlijk van een onwedergeborene nooit kan gezegd worden. Zoo ziet men dus, hoe de door ons gegevene voorstelling, dat de Doop

tijd wille

iets

ook aan de kleine kinderkens nooit anders de onderstelling, dat ze uitverkorenen

zijn,

mag

bediend worden, dan in

door onze Gereformeerde kerken, in heur geestelijken Dienaren

Woords op de

des

lippen

is

'

en eens dezulken blijken zullen,

gelegd. Iets

bloeitijd,

aan

wat nu wel geen

alle

zin

heeft in een volkskerk, en het geestelijk besef beleedigt zoodra de tucht

verwaarloosd wordt, vigen

wegvalt,

Doop moet

en

alle

onderscheid tusschen geloovige en ongeloo-

maar niettemin

als eenig

goede regel voor den heiligen

blijven gelden.

Niet de Doop moet veranderd naar den ellendigen toestand der kerk, maar de kerk moet zich zoolang en zoo ernstig reformeeren, tot ze den Kinderdoop weer alleen, naar het Woord Gods, uit een goede conscientie

'

bedienen kan. Dit

zal

afsnijdt,

er die

dan wel toe

leiden, dat in

menig geval de tucht den band

thans velen nog met de kerk verbindt, en dat de kerk den ^ of grootouders zich niet als

Doop weigert voor kinderkens, wier ouders in het lijk

Verbond staande legitimeeren kunnen, maar, mits men

neme, en niet door particuliere personen met opzicht

lijken

staat

der

ouders

of

grootouders,

beoordeelt,

van den Kinderdoop het vanzelf geboden middel, Gereformeerden, Schriftuurlijken Kinderdoop

te

om

is

tot

dit kerke-

den geeste-

deze inkrimping

tot herstel

geraken.

van den

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's