Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 191

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 191

Derde deel

2 minuten leestijd

XXXa. HOOFDSTUK

ZOND.

zaak

want

niet,

en

drijft

de

de

groote menigte

weten wat ze doen. Dit echter

te

ook

dit zelfde verschijnsel doet zich

en in

gezinnen

aanbidding

alle

stroom mee, zonder

den

op

werktuiglijke

het

bederft

193

III.

beslist de

in de Protestantsche

kerken voor. Vraag u maar eens af

Protestantsche

oogen in het gebed gesloten en de handen gevouwen

hoe dikwijls de

worden, zonder dat er van eenige zielsverheffing of eenig wezenlijk gebed sprake voelig

Nu

is.

is

verkeeren

zeker dit werktuiglijk en onnadenkend en onge-

zeer

onder het heilige een groote zonde, maar het

bijzondere heidensche zonde.

Ook

hier toch geldt het

geen

is

woord vanPaukistot

de Joden: „Gij die anderen oordeelt, doet dezelfde zonde."

Om

de vraag te beantwoorden, of de heidenen in hun afgoderij opzette-

dan wel,

bedrog plegen,

lijk

als slachtoffers

van zelfmisleiding, wanen

goed te doen, moet deze zonde van het machinale en ondoordachte hier dus buiten rekening blijven, en moet alleen op hun daad als daad gezien ze feitelijk in die daad een acte

voorzoozer

neemt men nu zoo de heidensche

afgoderij,

van hun persoon leggen. En dan

is

er geen quaestie van,

of ook de heidenen meenen werkelijk, dat ze door de hulde en aanbid ding, die ze aan hun afgoden bewijzen, eere bieden aan die oneindige

Macht, die hemel en aarde regeert. Calvijn en

alle

goede Calvinisten heb-

ben, op het voetspoor der Heilige Schrift, dan ook steeds erkend, dat ook in deze

heidenen nog een overblijfsel van natuurlijke Godskennis

Golskennisse

was

het spoor bijster

die

geraakt; en die zich

nu

is

;

een

uitte in

de zondige aanbidding van het schepsel. Ten bewijze waarvan dan gewe-

hun afgoden getroosten op de kwellingen en zelfkastijdingen die ze op zich namen; en niet minder op het hartstochtelijk fanatisme, dat uitbrak, zoodra men hun zen

w^erd,

op de groote

offers, die zij

zich voor

afgoden dorst aan te randen. Hieruit ten duidelijkste, dat wie zulke dingen doen, meenen wat ze zeggen, en dus metterdaad in het geloof verkeeren,

dat de oneindige Macht die hemel en aarde regeert, op een voor hen onverklaarbare

voor zich of

wijze

hecht aan

Want wel weten

zien.

timmerman

zich

of beeldhouwer

Eeuwige Macht zich

op

een

of

ze,

woont

in dat afgodsbeeld, dat ze

dat dit afgodsbeeld door een smid

gemaakt

is,

wonderbare

meenen

maar

ze

wijze

met

ook, dat de

dit beeld of

dezen

fetisch vereenigd heeft.

Vooral

een

de

latere

studiën

billijker oordeel leeren

over

de

der vellen,

godsdienstwetenschap, hebben ten deze

en een meer menschelijk oordeel ook

heidenen mogelijk gemaakt; zoo

zelfs,

dat thans door

niemand

meer wordt staande gehouden, dat de heidensche afgoderijen steunen zouden op opzettelijk bedrog, of moedwilHge schepselvergoding. Bijna overal toch

zijn

de duidelijkste sporen ontdekt, hoe

E VOrO DORÜR.

III.

al

deze afgoderijen slechts '5

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 191

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's