Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 140

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 140

Derde deel

2 minuten leestijd

kerk moet ge altoos de machtige hand van den Middelaar zien, die

uw

haar vasthoudt, en

doet wat ze

zijn

en trok

varen,

oogenblik

i

zoo nu ook moet ge

saambrengt en alzoo

daar

Avondmaal aanricht en Avondmaal immers

een wijs

maar één

er niet meer.

zelf als de levende

op

zien, als

man

kunstenaar

marmer

uit

Maar wie

oogen

beitel turen,

beitel

het doet

?

En

boetseert, gebruikt

kunstenaar,

maakt. En nu

bruik

Avondmaal

ten

en een instrument

;

ziet,

daarvoor een

hij

marmer

wereld zal nu, als

ter

maar beitel,

niet laten afschil-

de werkplaats van

hij

met beide

ziet,

zijn

en zeggen dat nint die kunstenaar, maar die

zoo nu

volvoert en

kunstwerk

hand

binnentreedt, en het beeld worden

op den

Goddelijke

zijn

op de hand, die het instrument hanteert. Als een beeld-

ziet

feren en afsplijten.

dien

Gastheer

De menscbelijke tusschen-

doet.

zijn

en zonder dien beitel kan de kunstenaar het

ze

dan was ze

wel een dwaas op het instrument

jnist zeggen, dcit

houwer een beeld

de

toch die kerk

hij

terug,

is daarbij slechts een instrument in zijn

komst wil

Liet

Avondmaal op uw Middelaar

elk

bij

is.

hand

zijn

hij

die op datzelfde oogenblik, die kerk, dien dienaar, die teekenen, die

hem,

geloovigen

^

III.

kerk het geloof aan het heiUg Avondmaal levendig houdt. Achter

in die

En

XXIX. HOOFDSTUK

ZOND.

142

het ook hier. Christus, onze Middelaar,

is

die

daarbij

hij

het

Avondmaal

heilig

van menschen

zijn er ja waarlijk

als zijn

duizenden

toetreden, of over het

bij

is

zijn goddelijl^

instrumenten

duizenden,

ge-

die, als

Avondmaal handelen, wel een

oog hebben voor dien mensch, voor dat uitwendige, kortom, voor alles waarvan Christus zich als instrument bedient, maar die niets van den

komen we

GoddelijKen kunstenaar ontwaren. En hiertegen nu Dit

mag

niet.

menteele

is

schijnt.

Al

den

Dit

pure geestelijke blindheid. Veeleer moet

is

dan ook de reden, waarom de voorganger Hij

wat hy

is

knecht

brengt,

van

Jezus. Al

komt van

wi,jn toebedeelt, is

wat Een

hij

doet, doet hij in opdracht.

iegelijk

wien

hij

zal

het brood en

maar vanwege

nu elders ook maar één oogenblik

om

om

den

den knecht den koninklijken gastheer

?

de paleizen der Oostersche vorsten, waar soms tien duizend gasten te

gelijk

aanzaten, konden natuurlijk niet al de gasten den Koning op het-

was maar in ééne zaal, gezeten op zijn troon waren de gasten alleen met zijn dienaren. En dienaren handelden namens hem^, en die dienaren bedienden wat ze

zelfde

oogenblik zien

en

alle

die

Jezus.

als een dienaar ver-

een genoode niet van zijnentwege

dienaar zijn heer vergeten, of In

het instru-

ons wegvallen, opdat ons oog den Koning ontmoete, den

den Middelaar. Maar wie "

al

verzet.

in zijn schoonheid.

Koning

Dit

voor

in

in

overige

Hij

zalen

van den Koning ontvangen hadden, en ze dienden het

uit

naar de rege-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 140

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's