E voto Dordraceno - pagina 231
ZONDAG vaderen kloek en kras tegen spelen
die
HOOFDSTUK
lotspel
alle.
van
oefeningen
X.
219
II.
opgekomen. Ze hadden
niets tegen
scherpzinnigheid of spierkracht en vlugheid
waren, zooals schaak- en dam- en kegelspelen; maar vooral tegen het kaartspel traden ze met onverzoenlijken er in
de kaarten
zelf
zitten
iets
ijver
op.
En
terecht.
zou dat boos was. Dit
te
geen geloof maar bijgeloof. Neen, maar, omdat de mensch
Niet alsof
wanen ware in
het blinde
geval, hoe de geschudde kaarten uitvallen, zijn vermaak heeft en er lust in vindt om van dat blinde geval af te hangen. Went men daar nu zijn kinderen, went men daar zich zelven aan, dan sterkt men de zondige neiging van zijn hart en doet ongemerkt afbreuk aan zijn geloof. Het
kwaad van het kaartspel zit dus volstrekt niet alleen in het om geld maar wel terdege in dat afhankelijk stellen van zijn kans van een
spelen,
wat het geloof in het hart ondermijnt. Maar natuurlijk, als men er nu nog geld ook aan gaat hangen, dan voegt men bij het eerste kwaad een tweede kwaad en maakt het nóg erger. En als men dan ziet, hoe lieden van aanzien aan de speelbank soms hun halve vermogen op één worp zetten, en zelfs prinsen en vorsten daaraan meedoen; en ziet, hoe op de beurs in effecten en waren gespeeld wordt met een drift en hartstocht, die aast op het goud dat hun de Fortuin in den schoot zal werpen; dan voelt men eerst recht hoe ontzettend diep onze maatschappij aan het geloof aan üods Voorzienigheid ontvallen is, en er lust aan heeft om te drijven op de Fortuin. Dat
bloot geval of fortuin.
Dit
niet
is
gezegd,
om
is
het
het lot op zichzelf af te keuren, mits
maar Schriftuurlijk gebruike. Gods Woord Het lot doet de geschillen ophouden; en eenige zaak geen beslissing
te
vinden
is,
het 18:
:
indien er onder menschen over ligt
er in
de werping van het
een aangewezen weg, die geheel met het geloof overeenstemt.
zelfs
lot
men
zegt ons in Spreuk. XVIII
23 gelooft dat naar luid van Spreuk. XVI bij daarvan beleid dat het maar geworpen, wordt „het lot in den schoot den Heere is". En bijaldien derhalve kinderen Gods, in onoplosbare moeilijkheden, begeeren dat God de Heere beslissing zal geven, en zij roepen Hem om die beslissing aan, en werpen nu het lot, niet om de Fortuin, maar om den Heere, hun God, te laten beslissen, dan kan zulks zeer wel
God
Immers, een kind van
stichtelijk
en
in
de vreeze Gods geschieden.
Maar zoo bedoelen niet
om
het de spelers niet.
om God, maar om gril
:
van de Fortuin
Den
speler in ons hart
een spel van luk en raak, te
doen; en
dit
nu moet
om
is
het
kansslingering, en
met
hand
en
tand
bestreden.
Het
is
daarom zeer zaak dat de Bediening des Woords ook op deze in het hart meer haar licht doe vallen. Dat deden
verborgen roerselen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's