E voto Dordraceno - pagina 201
ZONDAG
IX.
HOOFDSTUK
189
II.
geen onzer meer van nature zoon van God gelijk Adam dit bij Adam is ontstentenis van alle tusschenkomst van een geschapen vader en moeder; maar bij ons niet. Bij ons trad een aardsche vader tusschenbeide.
Toch
is
was. Immers
Bij
ons kan derhalve niet dan
in
zeer verwijderden zin nog van dit
Vooreerst, omdat er een aardsche vader was die ons teelde en een aardsche moeder die ons baarde. En ten tweede, omdat de oorspronkelijke trekken van het Beeld der gelijkenisse
vaderschap
aller
menschen sprake
zijn.
onkenbaar wordens toe, uit ons wegsleten. Vandaar dat de Catechismus dan ook niet op dit natuurlijk kindschap van Adam teruggaat, maar terstond op het geestelijk kindschap in Christus komt. „Om zijns Zoons Jesu Christi wille mijn God en mijn Vader." Dit nu beduidt, dat langs de lijn van het Adamietisch kindschap nooit Gods,
tot
van het kindschap Gods te zien komt. Integendeel, dat slijt meer uit, wordt onkenbaar en gaat geheel teloor. steeds Maar nu komt er een ander kindschap. Het kindschap van den Zoon. Een kindschap dat geestelijk is. Niet uit de geboorte, maar uit de wedergeboorte. En in dit kindschap nu is het, dat de Vader die in de hemelen
weer
is,
iets
zich zelven verheerlijkt.
En
dit
kindschap nu,
sluit zich
geen leeuw en geen adelaar,
Doch
het blijft hier niet
wel aan het natuurlijk kindschap aan, want
maar
alleen een
mensch wordt wedergeboren.
bij.
Het verdiept dit kindschap tot een geestelijke gemeenschap, en neemt het geschapen kind in den Eeuwig Gegenereerden Zoon op, en zoo eerst ontstaat op menschenlippen het Abba, lieve Vader!
TWEEDE HOOFDSTUK. Mijn raad zal bestaan en behagen doen.
lic
wel-
zal al mijn JES.
46
:
10.
Er is bij den Heere onzen God een Raad. Deze „raad" des Heeren wordt genoemd: zijn welbehagen, of ook zijn voorbeschikking, zijn besluit, zijn voorver ordineer ing, en kan, zoo men wil, nog eenvoudiger uitgedrukt door zijn bestel, zijn w//, zijn wet, zijn ordinantie. Twee denkbeelden zitten hierin. Vooreerst het denkbeeld dat we reeds te berde brachten, toen we de Souvereiniteit des Heeren bespraken, t. w. dat alle schepsel door Hem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's