E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 25
Derde deel
XXVII. HOOFDSTUK
ZOND.
27
IV,
VIERDE HOOFDSTUK. Een zoonken dan van acht dagen worden,
al
wat mannelijk
is
zal
uwe
in
ii
besneden
geslachten.
Gen. 17:
Waar
in
menschenhart de senade van onzen God een zaligma-
eenig
kend werk begon, daar hoort
men
vraag of
bij
genadewerk het Sacrament. De
dat
of dit goddelijk
af,
werk der zaligmakende gena-
de alleen in de volwassene personen plaats
wezen we
dit
Woord
in zijn
grijpt,
nu zoo uit,
is,
tvij
niet uitma-
derkens uitsprak: „Derzulken
is
op, hoe Christus
en
mond
der
der jonge kinderkens lof heeft bereid. Beide uitspraken,
God de Heere ook
die ons duidelijk toonen, dat
in jonge
kinlerkens met
werkzaam kan zijn. Bij de onderstelling toch wat de Christus zei, noch wat de psalmist
genade zaligmakend
van het
van kin-
het Koninkrijk der hemelen", en hoe de /
Geest door den psalmist getuigt, dat God zich uit den
Heilige
zuigelingen
^7
en wij hebben slechts eerbie-
van ons vorig hoofdstuk
er in het slot
dan wel ook gewrocht
kunnen
hetgeen God ons deswege openbaart. Daarom
geven op
acht te
diglij k
zijn
Of
in de kleine kinderkens.
maar maakt God
ken,
>
alleen volwassenen, dan wel ook kinderkens doopen zal,
hangt er dus maar van
werdt
12.
tegendeel, had noch
zong, zin. In dit verband
nu dient ook het Oud Testamentisch Bondzegel van de
om
Besnijdenis besproken. Niet
daaruit te besluiten: „De kinderkens wer-
den in Israël besneden, dus moeten onder Christenen ook de kinderkens > gedoopt"; dan toch krijgen de Wederdoopers recht met hun tegenwerping, dat ge naar dien regel alleen de jongskens, en die jongskens op den acht-
dag reeds zoudt
sten
moeten doopen. Te haastig
in zijn oordeel, heeft
men vaak gewaand met maar
zijn,
juist
zoo oppervlakkig besluit te spoediger gereed te ^ daardoor uit het bewijs dat voor den Kinderdoop aan
de Besnijdenis ontleend wordt,
men
Laat
crament,
heden
toch nadenken,
tot bewijsvoering
ziet
ieder
scherp
bij
alle
klÊm laten wegvallen.
wat men
aanwendt, in
toe,
in zoo heilige zijn eigen
zaak als het Sa-
aardsche aangelegen-
en laat zich lang zoo
licht niet
met een
reden op het dwaalspoor leiden. Niemand geeft zich dan gewonnen tenzij hij
de klem van het argument, overtuigend en bindend, voelt. Maar hoe-
veel geldt,
te
meer past het ons dan
scherp toe
te
wordt aangepredikt,
zien
om
op
niet,
in zoo heilige zaak, als het hier
hetgeen ons als openbaring van Gods wil
ons nooit gewonnen
te geven,
alvorens
we met-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's