E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 262
Derde deel
XXXI. HOOFDSTUK
ZOND.
264
en
zijn
blijven,
IIL
de geheele gemeente in een toestand te houden, dat ze
haar zonde wel waarlijk in steeds dieper diepte betreurt, maar ook steeds vollediger en inniger gelooft, dat alle deze hare zonden vergeven zijn.
Toch hij,
,.
het
Calvijn
liet
hier niet
bij.
In de Sleutelmacht, zoo oordeelde
God aan
school nog meer, en lag ook de bevoegdheid door
gegeven,
om
van
standpunt tot
zijn
kerkelijke
Tucht,
over den Dienst des Woords saamhing.
theorie
met
rechtstreeks
die
kerk
kwam
hetgeen wel openbaar was, te oordeelen; en zoo do
zijn
hij
zijn
Gold toch in den Dienst
des Woords het voorwaardelijke bij elke betuiging dat onze zonden vergeven zijn, zoo kon daarom niet ontkend, dat in sommige gevallen dit voorwaardelijke niet meer zoo geheel doorging, overmits vaak geen kennis
van het hart noodig was,
^Vandaar
om van
grove zondeschuld overtuigd
te zijn.
onderscheiding tusschen private en publieke zonden,
zijn
zonden van zoo tastbaren aard, dat geheel de gemeente
er
d.
w.
z.
van wist en
geheel de gemeente ergerden. Dus geen inquisitoriaal onderzoek, of er ook in het hart, en
zonde school
om
lier leven,
eenige zonde op het spoor te
van
constateeren
de
tastbare
zonde, waar
Dan toch kon de kerk
was.
toiriteit
evenmin een indringen
in
iemands
particu-
komen; maar eenvoudig een die
van meer algemeene no-
er zich niet
van afmaken, door
te
zeggen, dat ze het hart niet kende. Hier was een zonde, die klaarblijkelijk
en
grijpbaar
het
oog op
aan,
omdat
was,
en die de kerk dus niet kon ignoreeren. Welnu, met
zulke zonden die
nam dan
de Sleutelmacht een ander karakter
Dan moest
zonden een ander karakter droegen.
oordeelen, opdat of het valsch gerucht weerlegd wierd, bleek, de
of,
de kerk
zoo het waar
gemeenschap van de kerk met zulk een publiek zondaar
v/ierde
verbroken. Iemand, die alzoo leefde, en onberouwelijk in de zonde voortging,
mocht
niet
y verzoening, en
de
in
den waan worden gelaten, dat
in
haar heiligen
had aan de
Daarom volgde dan
zin.
een öf een gedeeltelijke, of een algeheele verbreking van de
gemeenschap met de kerk, door wering van het bannelijke
deel
gemeente mocht door het gezelschap van zulk een
openbaar zondaar niet verzwakt voor zulk
hij
uitsluiting.
Dit
heilig
Avondmaal
of door
was dan het hinden van de zonde; maar een
binden waarop een ontbinden volgde, zoodra, op de bede en het vermaan der gemeente, het waarachtig berouw in den verstokte hij
in het
beleed.
midden van Gods volk Gode de eere
kwam
Dan toch verklaarde de kerk op grond van
was opgewekt, en
geven en
dit
zijn
zonden
eveneens openbare
en sterk sprekende berouw, dat de breuke was weggenomen, en zijn zonden
hem of
vergeven waren.
En
hierbij gold
dan
als regel, dat zulk
een binden
ontbinden niet mocht plaats hebben, of de kerk moest in de overtui-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's