E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 334
Derde deel
336
ZOND,
maar een
predicatie over de goede werken, of de
van het gebed,
of de practijk
bod,
zelden
XXXII. HOOFDSTUK L
maar even en
ge-
pleegt
Dit oefent vanzelf invloed op de tekstkeuze van onz
boeien.
te
nakoming van een
ontsluit het hart
predikers, en vandaar dat in de vrije beurten zeker tienmaal over ellen-
en verlossing wordt gepredikt tegen éénmaal over de dankbaarheid.
de
.
Voor zoover kennisse schijnt
nog kennisse
er
het,
van het
machtige vraagstukken van het
de
alsof
van de
wilt ge,
de gemeente wordt gevonden,
bij
dan ook meestal uitsluitend de stukken
raakt die geloof,
en
zedelijk leven,
of
zonder nadere onderrichting,
practijk der godzaligheid,
veilig
aan ieders goeddunken
Dit
zóó waar, dat op de catechisatie van de leer der Dankbaarheid niet
is
ter beslissing
dan zelden, en dan nog meest
kunnen worden overgelaten. gehandeld
uiterst vluchtig en als terloops
wordt.
we
Metterdaad staan
derhalve met de geringschatting van het stuk der
Dankbaarheid voor een diep ingrijpend en algemeen verschijnsel, dat ook ten onzent in Gereformeerde kringen steeds breeder afmetingen aannam. Dit verschijnsel zelf behoort dus in zijn oorsprong te
om
te
dit
gebrek,
ons
niet
nog verder van de wijs brenge. Het
heid,
hoe zich in tegenstelling met deze eenzijdigen trek in vele Gerefor-
meerde kringen, ook .
worden nagegaan,
voorkomen, dat een dus genaamd ethische tegen
ontwikkeld
richting
toch
feitelijk
hier heeft,
te
lande,
al
is
meer een dusgenaamd ethische
zonder het
die,
toch van algemeene bekend-
te
willen noch
te bedoelen,
het leerstuk van de Ellende én dat van de Verlossing
én
verzwakt en verwaterd heeft
om
de leer van het Gebod en het Gebed,
of korter gezegd van de practijk des Christendoms, tot het één en al van
ons geloof
te verheffen.
weg gebaand door te
krimpen en
Reeds de Methodistische richting had hiervoor den
de kennisse van onze ellende en verlossing bijster in
tot
eenige algemeenheden te herleiden,
om
daarna den
tamelijk vluchtig en oppervlakkig bekeerde terstond „aan het werk te zet-
Maar toch droeg
ten."
steeds
een
men den
meer
dit
„aan het werk zetten"
specifiek Christelijk karakter.
bij
„bekeerde" opriep, bestond bijna uitsluitend in het toebrengen
van andere zondaren. Die moesten opgezocht; reeds
\
J
als kindei-en gelokt;
moesten onder hen verspreid;
in allerlei vereenigingen
moesten ze ingeleid; en hoeraeer de Methodist
er in slaagde, zijn volge-
/^allerlei traktaten I
den Methodist nog
Dat werk toch, waartoe
lingen ren,
van de gewone bemoeiing met de dingen der wereld af
en hoe meer het
zaamheden"
hem
gelukte tot dusgenaamde
te prikkelen, des te
uitnemender achtte
te zonde-
„Christelijke werkhij zijn
doel bereikt
I
V te
hebben.
Er kleefde aan den Methodist
iets
van den Doopersche.
Nplaatste den bekeerde zooveel mogelijk buiten de wereld, lokte
hem
Hij
op een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's