E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 198
Derde deel
200
wordt mij
omdat de Levieten mijnen naam
dienst heb ik gesn lust,
schande maken; doch weldra komt de
te
IV.
in Israël alleen de symbolische dienst der offerande gebracht,
maar aan dezen
bekend
heidensche volken te
XXXO. HOOFDSTCK
ZOND.
zal
tijd
naam men Mij,
onder
dat mijn
worden, en dan zal
alle
niet alleen
Jeruzalem, jnaar aan alle plaatsen der aarde toebrengen, niet het sym-
bolische,
maar
van den
in Christus geheiligden persoon, of gelijk Paulus het
het wezenlijke, redelijke
bestaande in de toewijding
offer,
noemt, de
levende, heilige Godewelbehaaglijke offerande van onze lichamen.
In
de derde plaats verwijst
Avondmaal, en beweert
men
ons naar de instelling van het heilig
alsnu, dat Jezus' zeggen
dat voor u gegeven wordt", en: „Deze drinkbeker
mijn
in
beuren
stond op
is
„Dit
mijn lichaam,
is
het nieuwe testament
voor u vergoten wordt", niet slaat op hetgeen te ge-
dat
bloed,
:
maar op hetgeen op
Golgotha,
dat eigen oogenblik ge-
beurde met dat brood en dien wijn, en ook daarna met
dit
brood en dien
wijn zou plaats grijpen. Ze verstaan het dan alsof Jezus gezegd had
brood
wordt nu
verborgen,
voor
u
u verbroken. Die wijn
voor
bloed, onder de gestalte blik,
w.
z.
vergoten." Opmerkelijk
is
dat voor u zal vergoten ivorden
toch
ten,
is
ook zonder
woorden
Jezus'
bij
dit
„Het bloed
vergoten
nier
ze
u
voor,
dit
oogen-
het hierbij, dat zelfs de Vulgata leest qui pro vobis fundetur,
maar ook
al
laten
we
dat schie-
beroep op de Vulgata deze uitlegging van
Lucas voorkomen,
bij
letterlijk,
men
de
dan staat
vergoten is" en niet: vergoten wordt. Het niet
als
een daad, die nu zóó met
dit ge-
brood en dezen gewijden wijn staat te gebeuren, maar als een ge-
wijde heel
voor
dat
komt dus
is
;
dit
Lucas volstrekt onhoudbaar. Immers vertaalt
woorden van Jezus, zooals er:
„Dit
mijn bloed, en
is
van dien wijn verscholen, wordt nu, op
ook deze uitlegging weerspreekt, daar deze d.
:
lichaam, en dit lichaam, onder de gestalte van dit brood
mijn
is
afgeloopen
en voltooide handeling. Dit nu
van de profeten,
die als ze een
is
de gewone spreekma-
toekomstige gebeurtenis als volkomen
zeker voorstellen en redeneeren over de gevolgen die er uit voortvloeien,
nog gebeuren moet, voorstellen
hetgeen in
hun
als reeds afgeloopen,
voorstelling een reeds voldongen zaak
woordige
tijd
omdat het
Alleen als er een tegen-
zou de Roomsche kerk hier misschien eenig steun-
stond,
punt kunnen vinden
is.
;
nu
in
geen geval.
En hiermede is hun beroep op de Heilige Schrift eigenlyk reeds ten want wat ze uit 1 Cor. X 16 pogen af te leiden, zegt metterdaad
einde;
:
minder dan offeren
zij
niets.
Paulus zegt daar: „Hetgeen de heidenen offeren, dat
den duivelen, en niet Gode, en ik wil niet dat
velen gemeenschap hebt;
gij
gij
met de
dui-
kunt niet den drinkbeker des Heeren drinken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's