E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 494
Derde deel
496
ZOND.
dit zedelijk besef
XXXIVa. hoofdstuk
wel nawerkt, maar verzwakt, verflauwd en vervalscht
uw
loopt ge gevaar alle vastheid van
is,
VI.
zedelijk besef te verliezen, tenzy
ge althans één vast en onwrikbaar punt buiten u zelven erlangt. Ons zedelijk besef
kan geen richtsnoer voor ons handelen
vertolken voor
Maar
ons bewustzijn.
juist
tenzij
zijn,
omdat we
wij
het
zelf de vertolking
maken, ontstaat het gevaar, dat onze zondige genegenheden ons verstand misleiden, dat dientengevolge het misleide verstand in ons zedelijk besef
verkeerd leest en den inhoud er van verkeerd weergeeft. Heb ik nu maar
één vast punt buiten mijzelven, dat ik niet vervalschen kan, dan schaadt dit niet
want dan ben
;
van mijn zedelijk
ik altoos in staat, die vertolking
besef te contróleeren, de fout er
in
te
ontdekken, en niet
te
den wezenlijken inhoud er van ken. Als de zeevaarder van
ik
rusten eer
zijn
kompas
maar één vast punt heeft stelt dit ééne punt hem in staat precies te waar hij is en waar hij heen moet. Niet alsof op dat kompas stond waar hij heen moet; maar kompas geeft «hem het vaste punt, en
bepalen
van
uit
ook
is
dat vaste punt, kan
het
Da
evens.
hij
verder alles zelf berekenen.
met de Tien geboden. Die
we
arin bezitten
zijn
En zoo nu
ons kompas op de vaart des
het zoo onmisbare ééne vaste punt. Zóó sprak
En dank zij ons zedelijk besef, zijn we nu bekwaamd en in staat, om met behulp van dit ééne*vaste punt, en van dat punt uit, heel den koers te bepalen, dien we te nemen hebben. Op zichzelf kan men b. v. over de betrekking tusschen man en vrouw allerlei theorieën opzetten, die misgaan, en toch verleidelijk^ klinken. Maar nu God zelf zegt Gij zult niet echtbreken, nu is in dit ééne gebod God. Zóó
Dit wel en dat niet.
ligt zijn wil.
:
het vaste punt gegeven, waaruit ik weet, welk stelsel over het huwelyk
en hetgeen hiermee saamhangt goed, en welk verkeerd eigendom, en wat dies
Maar vragen:
in de
meer
Zoo over den
zij.
tweede plaats komt hier nog
Waarom
is.
iets
Men zou
bij.
En
dit is
kunnen
gaf God dan meer dan één gebod? Reeds in één enkel
gebod zoudt ge een vast punt bezitten, dat opzichzelf goud
te
toch
waard was.
ook zoo, want wie eenmaal geleerd heeft met één enkel gebod
rekenen, gevoelt terstond wat vastheid aan heel zijn zedelijke opvatting
geeft.
Maar toch deed God meer.
centrale punt,
maar
het terrein van
uw
en uitwendig leven strijken
vorig hoofdstuk aantoonde, niet willekeurig loopen,
vormen en noodzakelijk voortvloeien tegenover God,
alleen
uit de positie,
;
lijnen, die, gelijk
nemende genade. Het
zijn.
En
hierin
feit ligt er
ons
maar saam een geheel waarin we als mensch,
onzen naaste en ons zelven (met ons
onzen geest) geplaatst
dat ééne vaste
centrale punt tien lijnen die over geheel
trok uit dat in-
Hij gaf ons niet
ik,
ons lichaam en
nu bewees de Heere ons een
uit-
dat de zonde niet alleen
het
toch toe,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's