E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 146
Derde deel
XXIX. HOOFDSTUK
ZOND.
148
maals ook de werking rijkste
en
van den Vader en den Zoon, toch wordt de
zij
werking in
lieerlijkste
IV.
dit heilig
sacrament
te
weeg gebracht
door den Heiligen Geest, die woning gemaakt heeft in het hart van 'sHeeren volk en het aan den heiligen Disch inet de schatten zijns Middelaars ver^
en vertroost.
zadigt, drenkt
Alle
eeuwen door
onbegrepen en
ervaren
zalige
en
alle
eeuwen door geloofd aan de
dat het de Heilige Geest
erkend,
is,
die
te-
steeds heeft
onze
deze
ziele
gemeenschap deelachtig maakte.
Daar lag dan ook op zichzelf niets verkeerds Jezus
En
den Middelaar onder brood en wijn.
genwoordigheid van het
Hoe ook
heeft 'sHeeren volk dit gevoeld en beleden.
mysterieus heeft het
in
want
;
metterdaad onder het heilig Avondmaal
is
genwoordigheid van den Christus
is
het geen
die
gemeenschap met
te genieten.
Avondmaal. En
ren kerk weet en ervoer, dat ze in die heilige gemeenschap
Zonder
eerst als
met haar
die te's
Hee-
heerlijk
Hoofd, als zijn Lichaam gesterkt en bevestigd werd, had er werkelijke breking van- het brood plaats, en wierd
Jammer
zij
met de sacramenteele genade gebenedijd.
geloovigen,
dat de
slechts
d.
i.
de kerk in stede van in dit
diepe mysterie te rusten, en het als mysterie onverklaard en onbegrepen
^te genieten, in de woorden dit
zelf der instelling een
uitwendigen grond voor
mysterie gezocht heeft.
En toch zoo deed de kerk, Jezus had het brood gebroken, en gedankt, en toen gezegd: „Dit
is mijn.
lichaam;" en daarna den beker genomen, en ook daarvan gezegd: „Dit mijn bloed."
En
uitspraken
hebben
yven schoone
die
toen
de
is
en toch volkomen heldere
als diepzinnige
Christenheid verleid in die woorden zelf de
aanduiding en omschrijving van het mysterie
te
zoeken.
Jezus, zoo beleed en geloofde men, en terecht, was in en
bij
het heilig
Avondmaal tegenwoordig; was er tegenwoordig niet als de Tweede Per-, in de Drieëenheid, maar als Middelaar; niet als de Middelaar vóór zijn vleeschwording, maar als de Middelaar, die ons vleesch en bloed had soon
aangenomen en ;
die op het kruis
van Golgotha dat lichaam voor ons had laten
verbreken, en dat bloed voor ons had laten vergieten.
Maar waar was door
hij?
Geen
nomen.
Hij
was
er,
op wat wijs kon Slechts
oog kon
hem
een
men
zeggen: „Zie, daar
geen stem werd.
gewaad wierd
ver-
maar hoe en
zich van zijn heilige tegenwoordigheid overtuigen ?
enkele was geestelijk genoeg,
naar
zien,
zijn
dat geloofde, beleed en ervoer ons hart,
men
den Middelaar geestelijk
drong
zienlijk
ons oor beluisterd. Zelfs geen ritselen van
te
verstaan
iets zichtbaars, is hij."
naar
en
om
die
tegenwoordigheid van
geestelijk te genieten.
iets tastbaars.
Men
wilde
En zoa kunnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's