E voto Dordraceno - pagina 133
ZONDAG
VII.
altoos in het zaad der geloovigen in
de
HOOFDSTUK is;
121
I.
en dat alzoo de voortzetting van
der verkiezing gemeenlijk in dezelfde richting voortgaat als de der geslachten.
lijn
lijn
Dit
er
is
in
aan
Ethischen
hun zeggen waar; en het heeft
zijn
deze
vrijmachtige
nu
het bedenkelijke, de waarheid
wilsbepaling
des
goede zijde dat de Heeren herinnerd
hebben.
Maar, en
gezegde
dit
ligt,
meenlijk
is
verduisteren en vervalschen
inzijn
van
zij
zaad der kerk
het
in
het boven nu geheel, door uit dat gehet zaad der geloovigen te die
in
besluiten dat dan de genade
ook een erfzegen is. Nemen we toch de woorden in hun echten zin. Als ik van erfenis, erfstuk, erfgoed, of wat ook spreek, bedoel ik tweeërlei: lo. dat dit stuk, dit goed, deze zaak altoos van vader op zoon overgaat, en 2o. van vader op zoon overgaat vanzelf en zonder nieuwe beschikking. Wat uit beschikking mij toekomt is geen erfenis, maar een legaat. Staat nu vast: lo. dat volstrekt niet elke zoon van een kind Gods zelf ook geroepen is en ten leven komt; en 2o. dat elke zoon, die, uit een kind
Gods geboren,
ten
leven
komt, hiertoe alleen geraakt door
streeksche en opzettelijke beschikking van zijnen opzichte
dan volgt hier alzoo
uit,
een
recht-
Gods verkiezende genade
te
dat hier noch erfenis noch over-
erving bestaat, en dat wie, desniettemin in deze zaak zich van dit
woord
met termen die hij ombuigt, en alzoo de helderheid van het bewustzijn der gemeente benevelt. Tweeërlei worde daarom vastgehouden. Ten eerste dat 's Heeren werking niet te hooi en te gras gaat, maar in den regel in eenzelfden akker blijft zaaien en van eenzelfde veld blijft maaien. Alzoo dat het verbondsgewïjs ook in de genade toegaat. Dat tot de kerk gezegd wordt: Want u komt de bedient, speelt
belofte toe en
uwen
kinderen.
middel en instrument
om
En
zelfs,
door het
dat dit verband, in
Woord
's
Heeren hand,
roepen en
te bezegelen door den Doop, Maar ook ten andere dat 's Heeren werking in het rijk der genade niet gaat naar den regel des natuurlijken levens of der natuurlijke is,
voortplanting. Dat Hij, hoe niets laat opschieten of het
zaaid bij
En
zijn.
Dat de
te
men ook ploegde op eenzelfden
akker, toch
moet opzettelijk en afzonderlijk door
belofte wel aan u en
uwe kinderen
Hem
ge-
toekomt, mits er niet
worde weggelaten: voor zooverre de Heere uw God
er u toe roepen zal.
dat derhalve alle denkbeeld van het erfelijke zich hier bepaalt tot bij-
komstigheden, die straks de ontwikkeling van het ingeplante leven bevorderen, maar nooit op het ontstaan van het eeuwige leven zelf zien.
De Ethischen moesten dus aflaten van dit hun woordenspel, en de Gereformeerde predikers zullen wél doen, door én op den kansel én in de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's