E voto Dordraceno - pagina 460
ZONDAG
448
benauwing het
uitgilde:
verlaten!";
neen,
ontwaken,
—
ja,
was
dat
,,Mijn
ook
gij
HOOFDSTUK
XVI.
God, mijn God, kunt
dit
niet
IV.
waarom
lezen,
zonder
hebt
Gij
mij
aanstonds
te
het vreeselijk oogenblik, toen leed mijn Jezus het
lijden der hel.
Mits ge hierbij nu maar
in het oog houdt, dat de top van den berg den berg zelven onder zich heeft, en dat ook bij Jezus achter dit hoogtepunt van dit lijden der helle nog, o, zoo naamloos veel lag, dat Hem
gelijke
wonde
Denk
sloeg.
slechts
aan de verzoeking
in
de woestijn, toen
Gethsémané een engel Gods toekwam om Hem te dienen zelfs voor wat Golgotha van de Opstanding scheidt, moogt ge dit Ja lijden niet geheel op zij schuiven. Vergeet niet, dat Jezus al dien tijd verkeerde in de gescheidenheid der ziele van het lichaam, en dat de scheiding van ziel en lichaam nog altoos straffe voor de zonde en uitvloeisel van Gods toorn is. Bedenk ook, dat, al was zijne ziel in het Paradijs, zij toch ook zoo met zijn lichaam dat in het graf lag, vereenigd bleef. En zie in, hoe al wat dood of band des doods was voor Christus gruwelijk moest wezen, en eerst geheel week toen op den Paaschmorgen de kracht des Allerhoogsten dien band des doods voor eeuwig verbrak. En stuit ge ten laatste nog op de sterke uitdrukking: „nederdaling ter helle", waarin toch schijnbaar ligt opgesloten, dat ook de Middelaar van evenals
in
!
deze aarde onder deze aarde der rampzaligheid
op
tot
in
afgedaald, dan
is
de laagte en diepte van de plaatse zij
het ons vergund hierbij te wijzen
drieërlei:
Vooreerst hierop, dat ook wij spreken van „duizend dooden sterven", wanneer de angst en verschrikking des stervens alleen maar in de ziel en in de verbeelding doorworsteld is, en zonder dat er van eigenlijk sterven sprake
viel.
Ten tweede, dat
de Heilige Schrift de poorte der hel ons voor wordt
in
gesteld als aanvangende in het graf; reden
„Gij zult mijn
dood, graf en hel
waarom ook Psalm XVI
zegt:
de hel niet verlaten"; en aldoor de denkbeelden van
ziel in
de Schrift wisselen, met dien verstande, dat het
in
graf werkelijk de voorpoorte der hel
maar zoo dat de
is,
eigenlijke
gehenna
eerst daarachter aanvangt.
En
ten derde,
niet
om
viel
uit te
heeft.
De
Zoo ook
dit
dat de uitdrukking
teekenachtig
drukken niet
ziet
te
in
,,
nederdaling ter helle" gekozen
omschrijven wat voorviel, maar
den gewonen vorm dien
dit lijden bij
geredde zondaar daalt werkelijk neder
men
om
is,
hetgeen voor-
den zondaar
ter helle.
dan, hoe metterdaad alle moeilijkheid hier wegvalt, en
stuk van onze belijdenis helder in het volle licht der vertroosting
voor ons treedt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's