Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 193

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 193

Derde deel

2 minuten leestijd

XXXa. HOOFDSTUK

ZOND.

wordt zoomin Integendeel,

Heidenen opzettelijke schepselaanbidding bedoeld.--^

als bij de

ook

hier zoogoed als

den Heiden, wordt niet anders

bij

dan de eeuwige Goddelijke Macht

doeld,

daarom voor de

slechts

195

III.

hostie,

men

aanbidden, en knielt

te

omdat men aanneemt dat

die

be-

eeuwig

Goddelijke Macht zich op een geheel onbegrijpelijke en geheimzinnige ma-

met den ouwel, dien men voor

nier

nu de Heiden,

van steen voor zich steen

leeft,

van

bezield

den minsten

lust

-we dus op het

is,

om

te

waan, dat

den

in

leeft, bezield is

krenken, of hard

woord „afgoderij"

bevrediging;

ijle

iets laten

in geest

van deze

deswege gaat het toch weer

en tastbaars; en zoodra het dat gegrepen heeft, tende zelfmisleiding, dat het

ouwel ophield

kunnen noch mogen

te zijn,

maar

hier ook

zondig hart daarentegen vindt in het

die

en zijn God werd. Zonder eenigen

ware aanbidders zullen den Vader aanbidden geen

gelijk

te zien,

en alsnu

te zijn,

En

heeft vereenigd.

ziet,

zijn

Eoomschen onder den indruk en brood

zich

aanbidden, niet meer waant een beeld maar onder den indruk verkeert alsof dat en zijn God is geworden, zoo ook verkeeren de

in het diepst

afdingen. „De

en waarheid

;"

ons

geestelijke aanbidding

uit ligt

naar

nu

iets zichtbaars

hierin de ontzet-

en tastbare met het geestelijke

dit zichtbare

en goddelijke vereenzelvigt, en alzoo het geestelijke in het

stoffelijke doet

ondergaan. Al de

strijd ligt hier

tusschen het zienlijke en den Onzienlijke, tusschen

de zichtbare wereld van onze waarneming en de onzichtbare wereld, waar alleen

onze geest toe geraken kan.

mensch daar geen moeite mede. het onzichtbare, ziet

hij

Nu

Hij

heeft de zinlijke, ongodsdienstige

bekommert

vraagt naar den Onzienlijke

en met handen tasten kan

is

hem

mysterie, zoomin in zijn eigen

heen;

overmits

en

hechten,

Om

zelf

ziel,

als

hoe andere menschen aan wonderen kunnen

dus nog veel hij.

minder hoe iemand gelooven kan

Het wekt

zijn spot

zondigen hartstocht gedreven, dat

scheldwoorden lucht

gemeenschap

te

hebben, noch

hij

in de Mis.

en bitterheid. En het

ook tegen de Mis

is

zijn

door

woede

geeft. Met dezulken nu wenschen we geen mee te zingen inhunchoor; uitnemend goed

hun roepen tegen de Mis evengoed onzen Doop en ons Avondmaal treft en eigenlijk een hoonen bedoelt van den Eeuwige. beseffende

"''

aan de Schrift zich onderwerpen, en aan Doop of Avondmaal en

dat alles lacht

in allerlei

Wat hij voor oogen hem bestaat er dan in de wereld om hem

niet.

geen dorst naar het ongeziene kent, begrijpt

er ter wereld niets van,

gelooven,

dien

hij

om

genoeg. Voor

ook geen

hij

zich eenvoudig niet

hoe

Neen de kunst des geloofs bestaat zoo de onzienlijke, als de zienlijke in het juiste verband.

er juist in,

om

gelijkelijk vast te

Vandaar dat ook

bij

die beide

houden, en

het heilig

werelden te

houden,

Avondmaal

de echte

'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 193

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's