Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 163

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 163

Derde deel

2 minuten leestijd

XXIX. HOOFDSTUK

ZOKD.

Maar wat wel kan gebeuren en wordt

gebeurt,

lichaam krachtig door

in het

voor zekeren

te

genoegzaam

We

165

dat deze levensgeest belet

is

werken, of ook Hij

bijna geheel terugwijkt.

tijd

VI.

Ons aardsche

uit

enkele leden

stoffelijke

lichaam

kennen allen de oogenblikken, dat

heldert

ons

we ons

lichamelijk onwel gevoelen;

en niet

dan met moeite onze vermoeide ledematen voortbewegen. Dan

we

dit

op.

mat en dof over

heel ons

niet frisch, niet helder, niet opgewekt, niet gelukkig.

maar voelen wel dat de toon

zelven voort,

uit

We

wezen

zijn;

sleepen ons

ons gestel wegging en

al-

is

vensgeest van ons lichaam er nog wel in

(want anders zouden we ge-

zijn)

En

bloed.

maar dat toch

in eiken vezel

tintelt

is

dit

anders dan dat de

meer krachtig

die levensgeest ons niet

,

zijn

gemeene inzinking ons verlamt. Welnu, wat storven

^

le-

door-

van ons zenuwgestel en in eiken droppel van ons

dat duurt dan tot óf een artsenij ons weer opbeurt óf een blijde

ontmoeting ons den moed hergeeft; en dan voelen we opeens dien schuil-

geganen levensgeest weer op den voorgrond dringen

wakker

zenuwleven wordt ons weer

;

ons

alles in

leeft

op

;

;

onze pols zwelt; ons

en overgelukkig. Tot zelfs in ons woord „doorstraling" drukt

rijk

onze taal

dit

vensgeest

ten opzichte van ons stoffelijk lichaam zoo schilderachtig

eerst zich terugtrekken en straks terugkeeren

van den

heb geen doorstraling" zegt zoo teekenachtig: „De levensgeest

„Ik

nog wel, maar Brengt

dit

Gods

hij

le-

uit.

is

er

;

werkt niet door."

nu op het mystieke Lichaam des Heeren over, en wat

dan? Immers

krijgt ge

we

en opeens voelen

dit,

dat er nu eens tijden zullen

zijn,

ver-

dat de kerke

in doffen, matten staat inzinkt, doordien de levensgeest des

Lichaams

wel niet wegging, maar zich toch terugtrok; en daarentegen andere tijden, dat

de

kerke Gods bezield en vol van heilige verrukking zal

diezelfde levensgeest die zich eerst terugtrok,

met

heilige energie doortintelt.

des Lichaams, en

op

het

eenige

al

dank

in

en

omdat

het Hoofd weer op al de leden

de leden des Lichaams werken weer snel en bezield

Hoofd terug; en het

stroomen van leven en zegen zoo

Dan werkt

zijn,

nu weer heel het Lichaam

lofzegging

heerlijk genot

Hoofd

uit het

weer

uit

de

in

wordt gekend, dat er

genade afdalen, en even-

leden

naar

het

Hoofd

op-

klimmen. Zulke ruzalem,

rijke,

heerlijke

der Reformatie gekend. in

dagen beleefde de eerste Christelijke kerk van

Je-

en heeft de kerk daarna herhaaldelijk, vooral ook in de dagen

En

al is sinds

weer veel ingezonken, toch

is

ook

den Reveil en in de geestelijke bewegingen dezer eeuw weer veel heer-

lijke

veerkracht openbaar geworden; zalige

des Heeren zich weer zielsinnig één heeft.

momenten waarin

de kudde

met haar Hoofd en Heiland gevoeld

i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 163

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's