E voto Dordraceno - pagina 139
ZONDAG
HOOFDSTUK
Vil.
II.
gelooven, hetwelk de Heilige Geest aan ons inplant
behagens.
De
kleinen
bij
we nu
wordt Geest
volwassenen en 65, waaruit het daar beledene, het
komt ter sprake opnemen, dat volgens
ingeplant,
zooveel is,
die
het
geloof
onze
in
de ure des wel-
in
wijze hoe dit geloof onderscheidenlijk
slechts
de Heilige
127
•
bij
bij
Vraag
werkt
harten
door
het
Woord. Onder geen voorwendsel mag het dus voorgesteld, alsof wij het eigenlijk waren, die aan onszelven het geloof svermogen schonken, want ongetwijfeld, als het op de daad van gelooven aankomt, zijn wij het die gelooven moeten, maar de macht er toe, het vermogen, de hebbelijkheid, het orgaan of zintuig, om te kunnen gelooven, is niet ons maaksel maar het maaksel Gods. Ja zelfs niet een maaksel Gods, dat wij opnemen en in ons hart inbrengen, maar zulk een dat, in weerwil van ons verzet, in ons wordt ingezet, ingewrocht en ingehecht door een daad van almachtige genade. Niet half, maar geheel lijdelijk. Zonder dat gij als creatuur of als verlorene, ook maar een vingertop verroeren kunt, om het in
u
te
brengen. Alle leer van zekere voorbereidende middelen,
het geloof deelachtig te maken,
geloofsvermogen nog hart te houden, in te
niet bezit,
dan ook uit den kan wel allerlei doen, is
maar geen veer opblazen, om
om
Booze.
om
uzelven
Wie
het
het buiten zijn
het in zijn geloofloos hart
brengen.
Doch hoe
is
dit
vermogen nu
te
verstaan? Een kind heeft het spraak-
vermogen, maar toch zonder vasten vorm.
Amsterdam
Want
als
ik
een pasgeboren
naar Parijs breng en spraakvermogen steeds Fransch spreken, terwijl het, ware het hier gebleven, Hollandsch zou hebben gepraat. Zoo ziet men dus klaarlijk, dat bij het spraakvermogen, de vorm niet afgewerkt in het vermogen inligt, maar wisselt naar gelang van opvoeding en oefening. Heel anders daarentegen is het met het gehooren gezichtsvermogen; want waar ook een kind opgroeit, zijn zien is en blijft zijn zien, zijn hooren zijn hooren. En al kan er verschil bestaan in graad, dat het in de eene omgeving zuiverder en nauwkeuriger leert zien en hooren dan in de andere, in het zien en hooren zelf maakt dit geen verschil. Zien en hooren zijn dus vermogens, die hun vorm met zich brengen, waar niets bijkomt, waar alles inzit. En dit laatste geldt nu ook van het kind,
dat hier te
het levenslicht zag,
daar opvoed, dan zal dat kind met
zijn
geloof.
Als
God de Heere aan
vermogen
inplant,
een goddelooze,
dan geeft God hem
bij
niet
wedergeboorte, het geloofs-
ruwe vormlooze kracht, waar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's