Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 147

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 147

Derde deel

2 minuten leestijd

XXIX. HOOFDSTUK

ZOND.

149

IV.

En toen greep men naar dat brood en naar dien wijn; het eenige dat ons bij dat Avondmaal te ontwaren wierd gegeven. En op dat brood tuurde men, en op dien wijn zag men zich zelf daar in dat

dat de Christus

men

eindelijl^

gelooven ging,

in dien

wijn was. En

brood school en

had het zoekend oog gemeend den Christus

nauwelijks

in dien wijn te

mijn

star; tot

ontwaren, of wijn

lichaam, die

aan

een wonder

ren

te

wyn

>

om

niet,

.Jezus'

geworden was.

opzettelijk bedrog

was

On-

hierbij in het spel.

de geestelijke aanschouwing in de zinlijke aan-

uit

Men was nu eenmaal door Jezus

over.

/s

en zich zelven te gaan inbeelden en ande-

Jezus' bloed

Noch booze toeleg noch gemerkt gleed men

men

door een onbegrepen wonder uit dat brood

dat

vertellen,

in dat brood en

hoorde Jezus zelf roepen: Dit brood

mijn bloed! En meer behoefde

is

te gelooven,

lichaam, en uit dien

schouwing

men

zelf

»

op brood en wijn

aangewezen. Dat ware de beide teekenen. In die teekenen moest het mys-

En geen

terie schuilen.

symboliek meer verstaande noch zin meer

heilige

hebbende voor de wondere werking van den Heiligen Geest, zocht het

toen

in

en

brood

dat

men

dien wijn zelve. Niet buiten die teekenen,

in

in

die

teekenen moest de heilige tegenwoordigheid des Middelaars

schuilen,

en

alzoo moest

maar

van den

het eten van dat brood en in het drinken

gemeenschap met den Middelaar

wijn, de

tot stand

komen.

deze veruitv/endiging van het geestelijke en dit ombuigen der waar-

Aan

dan ook niet enkel een misleidende priesterschaar schuldig:

staat

heid

in

veeleer

dit

is

de

Eeuwenlang heeft of

beelden, grijpen,

heel

de Christenheid geweest,

de Christenheid het zich niet anders

heel

moest een

er

dwaling van

geestelijke

wonder

kunnen

t

in-

in dat brood en in dien wijn plaats

en eerst door dat op wondere wijze bewerkte brood en door dien

op even wondere wijze veranderden wijn moest de Christus zelf aan zijn volk worden toegebracht.

Nog

belijdt het zoo heel de

belijdenis in

haar

Roomsche kerk; nog

der gansche Grieksche kerk belijdenis

officieele

;

is dit

in hoofdzaak de

en ook de Luthersche kerk

blijft

nog steeds ditzelfde standpunt innemen; en hebben dien toovercirkel verbroken, en weer

alleen de Gereformeerde kerken geestelijk gezocht

De

strijd daarbij

wat

alleen geestelijk

kan genoten worden.

over de woorden der instelling gevoerd, was, hoe heftig

ook, toch altoos bijkomstig.

Niemand geloofde,

hij meende de woorden der inmaar omgekeerd, omdat men het alzoo

heeft het alzoo geloofd, omdat

stelling alzoo te

moeten uitleggen

;

daarom heeft men de woorden

tot ten leste eigen voorstelling

der instelling alzoo uitgelegd;

en de uitlegging van deze woorden zoo

in-

i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's

E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892

Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's