E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 449
Derde deel
ZOND. XXXIII. HOOFDSTUK VIII.
onherroepelijk
kelijklieid
Wie
toch
hierin
hij
zonden
van
zijn geloof
klaagt nog
die hij voor
hetgeen toen
in
zelfs braaf leek
dit
we
menschen verborg, maar
we van
die
,..
;
verborgen
-
achteren zelven
aan toe waren, ons óf onschuldig óf
er
Metterdaad zou er aan onze goede werken dan ook nooit
!
moest toegaan op uitwendige
met
die
;
en wie nog
:
het diepst over verborgen zonden
eenige bevestiging voor onze geloofsverzekerdheid te ontleenen
De man
een on-
eeninvlechting van eigenbelang plaatsgrijpt?
hemzelven. Hoe dikwijls toch zien
voor
zonde
niet
zijn eer
voortschreed
niet als over
bleven
van een eenige zijner daden zal durven nu althans eea waarlijk goed werk heeft volbracht.
zoo arglistig, dat het de besten telkens verraadt
is
verste
•*
dat de vraag
zelfs,
van het richtsnoer van Gods wet een kleine afwijking,
van
in het bedoelen
Ons hart
en onoprechte be-
alle valsche
Zoo schuldig
zoo, dat er nooit in het drijven
leeft
heilig bijmengsel,
het
stelt.
kind Gods ooit
eenig
of
rijst,
zeggen, dat
en
veroordeelt;
weegreden van ons hart schuldig
451
zijn
indien
zijn,
'
wijze, en als bij logische gevolgtrekking.
geloofsverzekerdheid wacht tot
hij
zeggen kan
:
„Zie,
deze reeks van dagen heb ik nu deze goede werken verricht, en daaruit
weet
God ben",
dat ik een kind van
dus,
ik
der geloofsverzekering gesmaakt
te
hebben. Gelukkig staat de zaak dan
ook anders. In de natuur van het geloof in.
Hoe meer En het
het geloof wast, hoe
toeneemt. dat
is
vanzelf de geloofsverzekering
meer met het geloof zelf die zekerheid
Nu wordt
zijn aard,
den wind des daags aangevochten en door
beletsel onderdrukt.
En waar nu
God de Heere ons
in de
vanzelf op-
allerlei geestelijk
„goede werken" een tegenwicht geboden, stuiting verhinderd wordt.
deze goede werken dan de geloofszekerheid niet aan,
maar
ze helpen haar in het uitkomen. Ze zijn als droppels op het nagras, dat dreigde te verschroeien. toch
zal'
men
bij
En zoo nu
opgevat,
ligt hierin niets
raadselachtigs.
Xu
deze goede werken niet in de eerste plaats denken aan
zoo- en zooveel daden van zelfopoffering en aan zoo- en zooveel grootsche
stukken waar
men
op roemen kan, maar zal het zoekend oog zich
eerst richten op die innerlijke verbrijzehng der
voor
's
ziel,
aller-
op de verootmoediging
Heeren majesteit, op het dorsten en hongeren naar de gerechtig-
heid, en op al die innerlijke daden, die juist,
der
menschen omgaan,
in zich dragen,
De hoof Jzaak
altoos
veel zekerder
omdat
ze buiten de kennis
waarborg van oprechtheid
dan wat men doet voor der menschen oog. is
,
deze geloofszekerheid stuiting ondervindt,
waardoor de noodlottige uitwerking van deze
Wel brengen
,
echter deze geloofszeker-
den wortel van het geloof, krachtens
heid, die uit
heeft
zit
nooit anders dan uit den wortel zelf van het geloof,
de geloofsverzekerdheid opkomt.
spruit, door
zonder ooit het zoet'
sterft
maar, dat er tweeërlei goed werk
is.
het dooden van
>
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's