E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 236
Derde deel
238
XXXh. HOOFDSTUK
ZOND.
een woord van bestiering niet te onpas.
hierbij
men
wel eens zeggen:
zoo
opzichte
ten
is
van
huisregel
gulden
schap
niet,
heb niets tegen hem; in mijn hart
Ik
,o,
geen haat toe." Maar
hem
draag ik
den
Men wane namelijk
verborgen verzoening in het hart hier volstaan kan. Dat hoort
een
dat
IV.
de
dit helpt niet.
heilige
Immers
het geldt hier
en
Broederschap,
van bepaalde personen geen
die
zaak
Broeder-
der
verbor-
maar een publieke zaak. Gij weet zeer wel, of deze of die wien ge in onmin verkeert, al dan niet met u door een met persoon zelfde kerk tot het heilig Avondmaal is toegelaten, en alzoo met a leeft genheid,
Broederschap. Gij weet dit van
ééne
in
hem
en
weet
hij
van
dit
En
u.
dan eerst ten heiligen Avondmaal
dat ge in zulk een geval,
dit nu maakt, moogt gaan, wanneer, zooveel aan u hangt, en verzoening met dezen
uwen
mag
gekomen. Van den anderen kant echter
tot stand
heilig
Avondmaal
zou mogen of moeten wegblijven, indien de broeder met wien ik in onmin geraakte,
van
mijn
niet
tusschen ^
is
ook weer niet zóó opgevat, alsof ik steeds van het
dit "{
broeder
zijn
eigen
en
mij
het heilig
kan.
Deswege moet
In u
mag
's
er
Heeren
halsstarrigheid een slagboom
Avondmaal doen vallen
dus steeds
bij
;
wat natuurlijk
Het moet u
niets kosten,
doet,
om
heilig
Avondmaal, dezen aanstoot wenscht weg
gaat
gij
dan ook
uit,
vrij
uw
zoo
te
het
En ge
zijn.
zeggen, desnoods in bijzijn van andere broederen, dat
Maar mits ge dit oprecht en meenens, niet uit de hoogte, liefde
niet
gezegd: voor zooveel aan u hangt.
zijn.
Gaarne moet ge de minste willen
spreken.
te
moet het hem
om
maar anderer
geen onverzoenlijk hart
woord
eerste
kant de verzoening weigert. Op die manier toch zou
conscientie,
gij
nemen.
maar met teedere
tegenpartij dige broeder
weigert, en kan zijn onverzettelijkheid u nooit den toegang tot het heilig "^
Avondmaal verhinderen. tie
hierbij niet
schuld te
Slechts hebt
gij
uw conscienweigerachtig blijft om
zorg te dragen, dat
tegen u getuige, doordien ge
b.
v.
erkennen waar ge schuld hebt, of ook schade
ge dit kunt doen. Zonder dat toch zou deloos voor God zijn en
nw
uw
te beteren,
waar
aanbod van verzoening waar-
oordeel aan het heilig
Avondmaal nog
slechts
verzwaren.
Ook hiermee dit
is
echter nog niet genoeg gezegd,
en daarom volge er in
slothoofdstuk nog een kort woord over Vraag 82 van den Catechismus;
aldus luidende: „Zal
men ook
diegenen tot het Avondmaal doen komen,
die zich met hun bekentenis en hun leven als ongeloovige en goddelooze menschen aanstellen?" Hiermee toch gaan we van de zelfbeproeving yoov
het
zaak
Avondmaal over te
doen
heeft.
tot
hetgeen
de kerk als zoodanig in deze teedere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's