E voto Dordraceno - pagina 277
ZONDAG
HOOFDSTUK
XI.
265
III.
des doods zich zelven los kon wringen, dan nog ware hij er niet. Want immers zijn menschelijk hart is er niet voor geschapen, om leeg en onvervuld te blijven, en vrede te hebben, zoo het maar van ellende vrij is. Zie, uw menschelijk hart dorst ook naar geluk, naar heerlijkheid, naar heilige kracht, en het kan niet rusten, eer dit hooge ideaal is bereikt. Het moet niet maar van zonde en dood af, maar ook het moet het hoogste goed deelachtig zijn. Uw gelukstaat moet volkomen worden. Eerst dan zijt gij
ten volle verlost.
En dit nu, dit ten volle verlossen, dat naam van Zaligmaker ligt. „Zalig" toch beteekent
vol,
en
het nu juist
afkorting van
is
de boeken des Ouden Verbonds,
in
is
niet-
zelden
voorvoeging „we/gelukzalig" voorkomt. Dit
woorden
niet kent, duidelijk uit
taal
als:
mogen voegen,
in
den zoeten
gelukzalig", gelijk het
nog versterkt door de ook voor wie onze oude
armzalig, /amzalig, rampzalig,
van ellende aanduiden. Laat ons
die alle het hoogste toppunt, de volheid
er bij
blijkt
,,
wat
dat in de middeleeuwen de pest in uitgebreide streken
van ons land: de saligheyt genoemd wierd, d. i. het volle der ellende. Het zeggen van een dronkaard, dat hij zalig is, beduidde dan oorspronkelijk ook niet anders dan, dat hij voi zoeten wijns was. Gelijk nu van gelukzalig, door afkorting, zaligheid de naam wierd voor het hoogste goed, en van rampzalig, door gelijke weglating, za/zgheid de naam wierd voor het hoogste kwaad of de pest, zoo beduidt ook Zaligmaker bij den Heere Jezus: dat Hij het is, die aan de geroepenen des Heeren het volkomen geluk ten volle aanbrengt. Hier ligt dus nog iets heel anders in, dan alleen dat Hij onze schuld verzoent. Jezus
is
de Ge/«^zaligmaker. Hij
de psalmisten of profeten vanouds,
man naar Gods
smeekten, zoo vaak ze den den. In
Hem
is
het, die
u toebrengt
het verborgenst
in
hunner
al
wat
ziel
af-
harte „welgelukzalig" roem-
ontsprong de Fontein, waaruit toevloeien de stroomen van
en vrede, waarnaar het
menschelijk hart onder Israël en in de Heidenwereld eeuw in eeuw uit gedorst had. En ook in uw ziel kan geen dorst naar heil zoo diep, zoo rusteloos, zoo krachtig prikkelen, of in Hem, heil
in
uw
Jezus,
is
voor
al
uw
begeeren de
rijkste,
de
reinste,
volkomenste
vervulling.
Hieruit vloeit nu
ook
rechtstreeks
deeltje
van
uw
echter,
voort:
gelijk
dat bij
de Catechismus terecht opmerkt, dan Hem alleen en bij niemand anders elk
zaligheid te zoeken
is,
en dat Hem, den Christus, ver-
loochent, wie desniettemin voor de begeerten zijns harten bij iemand of iets
anders de vervulling poogt
te
erlangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's