E voto Dordraceno - pagina 275
ZONDAG
XI.
HOOFDSTUK
263
II.
leerde beschaving en fraaie bespiegeling zocht, onherroepelijk als een doodgeloopen stroom verzand is; en dat het leven der kerk weer telkens is opgekomen onder die „kinderkens" en die „ellendigen" die bij Geeszelven als verlorene en doemwaardige, ja doemschuldige, teslicht zich zondaren, leerden bekennen. Feitelijk breekt dus de naam van Jezus door al de opgezette schermen van uw inbeelding en hoogheid heen, en werpt u als zondaar in het stof
neder.
Die naam „Jezus" is een ontzaglijke macht die in uw borst indringt, de gewelven van uw hart, uw conscientie, en door die conscientie den
in
wortel
uws
uws levens u naam zou geen
levens opzoekt, en in dien wortel
kankerd wezen aan u zelven ontdekt.
Zijn
als
een ver-
Jezus
zijn,
zoo er geen zondebederf onder het schoone kleed van uw menschelijk zelfbehagen school. En daarom rukte zijn naam Jezus dat schoone kleed weg, en laat u zien wat er onder schuilt, en zegt u dat Jezus komt, om
met dat diepe zielsbederj in u zich bezig te houden. Hij zegt niet, dat Eer omstuwt hem de hij ook niet heil aanbrengt in uitwendigen zin. andere volgt. Dat is uitgangspunt niet. Daar het heerlijkheid. Maar dat vat hij u niet aan. Hetgeen wat Hem tot u en met u in aanraking brengt
wonde van uw
hart. En wie daar met Jezus te maken. Die staat geheel buiten Hem. Voor dien bestaat er geen Jezus, d. i. één die zalig maakt van zonde. Vat dit diep. Al uw zingen van dien lieflijken naam, die langs de wolken ruischt, al uw dwepen met dien beminnelijken Heiland, is nog niets dan verloochening van die Eénige, zoolang ge niet als Jezus Hem aanroept, als
uitsluitend die diepe, bloedende
is
niet
aan
wil,
die
heeft
dan ook
niets
Jezus, d. i. als de losser van uw persoon uit uw zonde. Vandaar dan ook de diepe scheur, die thans door de belijders van den
uw
Christus gaat, en het droeve
feit
dat ge onder
de
belijders
breeden stroom vindt van mannen en van vrouwen, die
letterlijk
een
van
zoo alle
vervreemd zijn. o, Ze hebben den Heiland lief, ze dwepen met Hem, boeiend en verrukkend schoon kunnen ze over Hem spreken; maar het gaat altemaal buiten het genadeleven om. Niet buiten allerlei aanprijzing van liefde in edeler zin. Dat niet. o, Neen. Daar zijn ze zelfs overvloeiende in. Maar ze raken zelfs niet aan het genadeleven. En zoo komt het dan, dat 's Heeren volk het ook onder eigenlijke genadeleven
een prediking van dien aard niet kan uithouden.
Want
hoor maar,
wat u daar verkondigd wordt, is fraai en boeiend gezegd, bewondering voor Jezus, o, Ja. Alleen maar het is niet van
tintelt
alles
van
Jezus, niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's