E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 563
Derde deel
ZOND.
uw
niet vrijlaat in
maar
gesteld;
met een mes bal of een
Hem
wijze van
dienen? Zoo wordt het vaak voor-
Omdat
natuurlijk ten onrechte.
hem
te spelen, verbied ik
tol.
te
565
III.
myn
ik toch
Hem
Daaruit dat God u verbiedt,
kind verbied
met een
niet te spelen
'
stok, een
onder beeldvorm
te ver-
volgt op zichzelf nog volstrekt niet, dat Hij u ook verbieden zou
eeren,
Hem
XXXV. HOOFDSTUK
eeren door raenschenoffers, lichaamskastijding of het ontsteken
te
van geuren. Daaruit dat het ééne verboden
ook het andere verboden
is.
is,
kan men nooit
Veeleer zoudt ge uit het
wel en het andere niet verboden
is,
-
afleiden dat
dat het ééne
feit,
met zeker recht kunnen vermoeden, dat
hel andere u dus vry stond.
Neen,
klem van
de
gebod werkt op heel andere wijze. Als in het
dit
Zesde G-ebod u verboden wordt iemand
noj
mccht.
Veeleer zou
maaktet,
dat
ooit veroordeelen op
zoolang
gebod neemt, niet
zijn,
Geen rechter zou
grond van het:
mits ge maar in
eenig land
„Gij zult niet dood-
niet tot feitelyken doodslag, voor zooveel
het
gekomen was. Doch
lag,
dooden, zou hieruit op zichzelf
op zichzelf geoorloofd
alles
dit
er het leven afbracht.
hij
iemand dan ook slaan,"
te
dat ge iemand ook niet kwellen, schoppen of pijnigen,
volgen,
niet
als
heel anders
komt de zaak
te staan,
aan hem
zoo ge dit
een artikel uit een strafwetljoek, maar als een
ge-
Dan toch hebt ge het geestelijk te verstaan. Dus elk verbod te nemen met den achtergrond van wat u geboden wordt. En dan natuurlijk bod Gods.
ligt
achter het verbod,
den welstand van
om iemands leven
zijn
leven te na te komen, het gebod
aandoen van
onmiddellijk,
dat
melijken
ongeoorloofd en dus verboden
Ook d.
zin,
hier
w.
z.
op hetgeen in
voortvloeit. zijn
pijn of leed of moeite, is.
wille
dit artikel
Gods
Die wortel nu
geboden wordt; of
algemeenen zin
in
ligt,
gelijk
we
ook in
En zoo nu ook
moet ge op den positieven wortel van
drukken wat de naar
alle
om
bevorderen; en hieruit volgt nu weer
te
is
het hier.
gebod teruggaan,
om
het juister uitte
waaruit
zagen, in het
feit,
dit
dat
~J
licha-
dit
is,
"^
verbod
God ons
Beeld schiep, en in de hieruit voortvloeiende verplichting,
om dit
Beeld Gods in ons zelven te eeren en te mainteneeren. Daarmee in onver7;oenlijken strijd
is
elke poging
om
zelven voor ons een beeld van God te
maken en deswege is elk opstellen van een leven van God, om Hem onder dien vorm te eeren, zoo gruwelijke zonde. Doch nu moet dan ook, wie de zaak ;
geestelijk
opvat, op den positieven inhoud van dit gebod heel zijn Gods-
vereering doen rusten, en
is
alzoo voor u verboden elke wijze van Gods-
vereering die met dit primordiale
Tereenigbaar Dit
feit
van
uw schepping
naar Gods Beeld on-
is.
nu gaat zeer
diep.
Het trekt u toch van
€ering, als zoodanig, geheel af, en roept u op
alle
om
uitwendige Godsver-
alle
waarachtige Gods-
'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's