E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 14
Derde deel
XXVII. HOOFDSTUK IL
ZOND.
16
bimons was een gemoedelijk, teeder Christen, wiens toon u altoos weldadig maar tevens, gelijk het bij gemoedelijke menschen meer gaat een op-
v
aandoet,
Menno
pervlakkig denker.
ziet
den waterspiegel, maar niet de diepte der wate-
ren dien zich onder dien waterspiegel verbergt. Hij ziet den boom en zijn takken
en de vruchten aan die takken, maar voor het leven van den wortel onder den
grond heeft
hij
geen oog. Geen zijner godgeleerde denkbeelden
dan ook
oor-
y'
van de Duitsche en Zwitsersche
spronkelijk. Zijn geheele denkwijze heeft hij
als gematigd, gemoedelijk
Wederdoopers overgenomen, en
is
man, slechts de
excessen afgesneden en zekeren ordelijken toestand van zaken bedoeld. Met
name heeft hij
zich geheel losgemaakt
van de anarchistische po^i^ie/ce dweperij
met de godsdienstige dweperij vermengd was,
die oorspronkelijk bijna overal
en in Nederland een kring gevormd van
om
daad
te
doen was, de wereld
Gods aangezicht
te
stille
Christenen, wien het er metter-
mijden en in
stille
godsvrucht voor
wandelen.
te
Ook waar het op de bepaling van het geloof aankomt Simons dus
gekenmerkt,
hierdoor
van
in het voetspoor
band
tusschen
den.
Het sterkst
dat
de
zijn
zijn
kwam
dit
maar de
hnn
in
belijdenis
hemel.
Niet
de
Christus had
ze,
dat de geheele Jezus, ook
hemel was. Maria had wel den
den
daarom toch
zijn
vleesch en bloed
van Adam, die geformeerd was
„van
binnen
en onsterfelijk," zooals
en
van buiten,
Menno Simons
uit het stof der
zienlijk
was dus
niet
van Adams bloed, maar een nieuwe fontein van eigen
fontein
springkracht.
en onzienlijk,
zich placht uit te drukken
Christus van boven, en niet uit de aarde. Zijn bloed
de
uit
dat
gelijk
Integendeel
sterfelijk is
uit
van den Christus.
en bloed van den Christus was ontstaan door schepping uit den r
vleesch
aarde.
alle ver-
en het bloed der maagd Maria aangenomen. Neen, het
uit het vleesch
niet
Anapaptisten
oorspronkelijke
uit
menschelijke natuur,
Christus gebaard,
Menno
werk der natuur en het werk der genade loochen-
het
Omtrent diens menschwording toch leerden naar
treedt
voorgangers. Dit voetspoor nu wierd
Nu
spreekt
het vanzelf, dat op die wijs heel de offerande
Golgotha doelloos wordt. In ons bloed school de zonde; op ons bloed
op
rustte de schuld; ons bloed
tus
niet 071S bloed,
Hij niet ons bloed,
ferande
voor
ons
-
•
moest dus vergoten worden. En zoo de Chris-
maar een nieuw maar dat nieuwe
bloed in de aderen droeg, dan heeft bloed vergoten, en zal er uit zijn
of-
nooit zaligheid vloeien. Dit bedoelen nu natuurlijk de
Wederdoopers en bedoelde ook Menno Simons
niet;
maar toch volgde het
noodzakelijk uit hun averechtsch standpunt.
En evenzeer
als
ze op die wijs eiken
band doorsneden tusschen onze
natuur en de genade die in Christus voorwerpelijk verscheen, even op
de-
zelfde wijs sneden ze elk verband door, dat naar luid der Schrift tusschen
'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's