E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 246
Derde deel
248
XXXT. hoofdstuk
zoxD.
En zoo nu
vliegen, die het verderf zaaide.
I.
ook, wil de Heere zeggen, dat
van den heiburcht zich geduriglijk openen,
die poorten
om
ae raacht van
boosheid en woede uit te laten, die de overweldiging van Jezus' Konings.
burcht telkens vruchteloos beproeft.
Wat
Luc. XI: 52 van den
in
„sleutel der kennisse" en in het boek der
Openbaring meer dan eens van den „sleutel van den put des afgronds" gesproken wordt, Koninkrijks
hier geheel buiten, en heeft
ligt
malige schriftgeleerden; „AVee
nomen; nu
Dit ^
met de
sleutelen des
niets uitstaande. In Luc. XI: 52 zegt de Heere tot de toen-
zelven
gij
sleutel der kennisse
ingingen hebt
liie
gij
wegge-
verhinderd."
op het ..Koninkrijk der hemelen'* maar op de waarheid.
ziet niet
De „waarheid"
hebt den
u, gij
niet ingegaan en
zijt
zoolang ze nog niet gekend wordt een „verborgenheid",
is,
en elke verborgenheid laat zich voorstellen, als een kamer met een toedeur, ook
gelijk
wij
hebben, den
ontving,
gaat in het
verlichting
feld zekere
en
sleutel tot de kennise der waarheid, zoo
wordt door den Heiligen Geest. Wie
innerlijk verlicht
die
zeker geheim in handen
sleutel tot
een noodzakelijke zaak nog niet gevonden hebben
Zoo ontvangt ge dan den
enz.
ge
,
nog spreken van don
sleutel tot
rijk
mist,
ligt
der kennisse en der waarheid binnen; en wie buitengesloten.
En
al
het „Rijk
mag
waarheid" toch
der
en
nooit uit het oog verloren, dat is
en een wezenlijk
rijk
dat daarentegen het „Rijk der waarheid" slechts een heeld-
sprakige uitdrukking
Nog verder nis
nu ongetwij-
bestaat er
noodwendige samenhang tusschen het „Koninkrijk der hemelen"
„Koninkrijk der hemelen" zeer eigenlijk bedoeld aanduid,
verlichting
die
in zooverre
is,
eindelijk
van het woord
ook de v/aarheid
heerscht.
van de „sleutelen" des hemelrijks
sleutel
in
Openbaring
18;
I:
IX:
1;
ligt
de beteeke-
en elders. Als
toch in Openbaring I: 18 gesproken wordt van „den sleutel der helle en des doods", doelt dit op niets anders dan op het graf, waar niemand uit
kan komen, ontsluit.
sleutel
Christus
tenzij
En
als
IX:
Openb.
in
hem opwekt 1
en dus de poorte van het graf
en elders gesproken wordt van „den
van den put des groeten afgronds," wordt eenvoudig gedoeld op
onmogelykheid, voor wie in den poel des verderfs
de ooit
niet
weer daaruit bij
zin
drukking van de
komen. De macht
diegenen die er in geworpen
Over den
niet
te
en
H-
l;:jl
zijn,
is
geworpen,
ook over dien
maar
bij
God
om
poel, berust
die ze er in wierp.
eekenis der in Matth. XVI: 19 gebezigde
uit-
„sleutelen van het Koninkrijk der hemelen" behoeft dus
minste onzekerheid
te
rdat het Koninkrijk der hemelen
en gesloten
toch,
geheel
zweven. Die uitdrukking zegt ons toch, iets aparts is;
dat op zichzelf een afgerond
uitmaakt; dat dus niet met zwevende gangen onge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's