E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 47
Derde deel
ZOND.
ons Doopsförmulier in
dat
klaarlijk,
men
zichzelf
van
dit
VII.
49
was met de
strijd
voorstelling,
die
aangaande den Doop gevormd had, dan had de uitwerking
besef behooren
havende,
XXVIL HOOFDSTUK
maar dat men
men
niet dat
te zijn,
het formulier schond en
zich zelven eens afvroeg, of
men
zich
dan ook
"^
misschien in zijn voorstelling omtrent den Doop vergiste.
Men
wist toch, dat ons Doopsförmulier niet onvoorziens en bijgeval in
onze kerken was ingeslopen, maar uit de pen van onze vroomste en
nemendste godgeleerden was gevloeid, en formeerde kerk door dat
alle
èn deze godgeleerden,
heilige
zaak zouden
in de beste
kerken was aangenomen. èn
dagen onzer Gere-
Was het nu denkbaar,
deze kerken zich zoo droevig in zoo
alle
en door onnadenkendheid in het
hebben,
vergist
uit-
Doopsförmulier zouden hebben opgenomen, wat
men
waant, dat reeds
bij
>
oppervlakkige lezing als onwaar en onhoudbaar uitkomt? '
Hier het ongerijmde van inziende, hebben enkelen beter ingelicht, dan
ook voorgeslagen een middenweg dat
het
Sacrament
strekt,
om
in te slaan.
het geloof
dus die strekking hebben, en ook toe,
er zoo duidelijk,
Ook
de Doop moest
den Kinderdoop, zoo gaven ze daarom
bij
zij
belieft,
in de
dit
„geloof" te
„geloofsvermogen" of het „zaad des geloofs", dat het den
in het
Heere vaak
reeds aan jonge kinderkens in te planten, verkeerden
meening, dat
bij
een zuigeling aan de borst nooit of
van „geloof," onder wat naam ook, sprake kon
om
Het stond
sterken.
moest dus geloof ondersteld. Maar in plaats van nu
zoeken
ook
te
zijn,
nimmer
en verstonden het daar-
van het „geloof" der ouders. Een soort plaatsbekleeding dus. Het kindeke
zonder geloof,
maar de vader met
en nu dat geloof van den vader
geloof,
voor het kindeke in de plaats tredende.
Toch getuigde ook deze opvatting
niet
van
diepte. Uit het geloof der
ouders toch was voor het Sacrament niets af te leiden, dan dat deze recht
hadden op het Sacrament van het
nog ongedoopt mochten
Maar nooit kon
zijn,
heilig
leidde.
of voor zooveel ze
op het Sacrament van den heiligen Doop.
uit het geloof in
den één afgeleid, dat de ander op het
Sacrament aansprak had. Intusschen dwaalspoor
Avondmaal,
Eeeds Beza
is
het begrijpelijk,
wat
op het
hierbij
namelijk, Calvijns groote leerling, heeft
-^
wel terdege in verband met den Kinderdoop ook op het geloof der ouders gewezen. En
al zijn
komen, hem
niet
nu onze op
oog, dat er altoos een niet te
ouders
en
den
latere godgeleerden,
dit glibberig
om
misverstand
pad gevolgd, toch springt het
te voor-
in het
miskennen verband tusschen het geloof der
Doop hunner kinderen bestaat. Ons formulier zelf wijst van den Doop voor de kleine kinderkens der g<^
hierop, door te spreken
loovigen. Het is namelijk in hun hoedanigheid van geloovigen, dat de ouders hun kinderkens ten Doop presenteeren. Een Heiden, een Turk of Jood E VOTO DORDR.
III.
4
-^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's