E voto Dordraceno - pagina 373
ZONDAG huiverend
in
dien afgrond.
en ontzetting.
En
terwijl
En
ge
HOOFDSTUK
XIII.
al
wat
uw
in
u
in
is
361
IV.
siddert van schrik en afgrijzen
angst opziet, vertoont zich daar opeens
van uw Heiland, en strekt hij de armen zijner ontferming naar u uit, en neemt u op, en redt u van dien afgrond, en draagt u uit dien schriklijken staat van menschelijke zelfonteering weg. die
liefiijtce
En dan
gestalte
kust ge dien
dankbaarheid,
En
Zoon
die redding ging tot
zilver
!
Niet uit schrik,
maar
onuitsprekelijke,
uit
Mijn Jezus, van wat schriklijkheid hebt Gij mij gered
o.
den
prijs
van
kon hier baten. Als het met goud
!
Goud noch doen geweest,
zijn dierbaar bloed.
of zilver
ware
te
lag het niet opgetast in de schatkameren der vorsten en in de trezoren
o,
Maar dat hielp niet. Integendeel. Satan kent ook de Goud redt niet, maar verderft eer; en zilver behoudt maar trekt nog dieper in de verderving in. En al had heel de
tempels ?
der
Mam/720/2gestalte. niet,
menschheid
al
het
goud der mijnen en
al
het zilver van zijn sieraad en
zijn peerlen en keurgesteenten saamgebracht, ze zouden al te zaam nog niet als rantsoen, noch als losprijs één eenige ziel des menschen hebben kunnen redden. Satan is voor geen goud of zilver te vermurwen, dat hij u los zou laten. Wat heeft hij aan goud, hij, de Booze, wien het in zijn vijandschap tegen God er alleen om te doen is, om uw ziele voor eeuwig aan God al
ontrooven ?
te
Neen, de band, die u aan Satan bindt, en waarmee
was
niet
tegeh
U
uw
uw
schuld aan hem, maar
alleen heb
ik
het rantsoen betaald.
gezondigd
Want
niet
schuld aan God.
Aan God en
!"
,,
niet
hij
u
vasthield,
Tegen U, Heere,
aan Satan moest
door Satans overmacht, maar alleen door
Gods rechtvaardig oordeel waart ge onder Satans geweld gekomen. En nu, wat zou God de Heere met uw goud te vermurwen zijn ? Of zijn
niet
al
de goudmijnen Zijns,
is
niet
het
zilver
in
duizend bergen
eigendom? Wat woudt ge Hem dan brengen, dat Hij niet heeft? En daarom, niet met goud en zilver, neen, maar met zijnen dierbaren bloede, waarin het leven was, heeft uw Middelaar Gode zijn recht voor zijn
uw
oneindige schuld gegeven, en eerst doordien die schuld geboet wierd,
sprong de
kluister,
waarmee Satan
u,
naar Gods bestel, omklemd hield.
Doch nu verdwijnt de Middelaar niet, als een die u vrijkocht en losWandel nu voorts weer op uw eigen wegen Och, dan
kocht, en nu zegt:
!
zou het aanstonds weer een vallen
mensch erger dan het
Daarom
heeft
God
in
zonde
zijn
en het laatste van dezen
eerste.
het dan
ook anders besteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's