E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 336
Derde deel
;
ZOND.
338
gekend wordt,
is
in haar
XXXII. HOOFDSTUK L
oog waardeloos. Wel geeft ze nog
gemeenschap met Christus
is
die tot een
de banden
maar
is
feitelijk
dat het de
hooger standaard van zedelijk
leven opheft, en ten deele zelfs, dat alleen de
van ons
slaakt, die de ontplooiing
toe,
gemeenschap met Christus zedelijk leven tegenhielden
het toch altoos weer dat vrijgemaakte,
en tot hooger
standpunt opgevoerde zedelijk leven, waarin zij de heiligmaking laat opgaan, en waaraan ze ten slotte elk ander bestanddeel van het Christelijk
geloof dienstbaar maakt. Het
lig
of de leerstukken
deels
maar -
is
haar deswege dan ook tamelijk onverschil-
van onze ellende en van onze verlossing grooten-
opgesmolten en in nieuwen dat zich een
blijft,
vorm gegoten worden, zoo
rijk zedelijk
dit
ééne
leven ontwikkele, in dien verhoog-
den vorm, waartoe de Christus dit zedelijk leven in den mensch heeft opgevoerd. De kennisse en de belijdenis doet er dan minder toe, zoo men
maar
rijk
in goede intentiën en geoefend in heilige wilskracht.
zij
Zonder nu
in eenig opzicht de
ontwikkelden,
uitnemende krachten,
te
hierbij werkten, in min gunstig licht
sproken,
die zich op die wijs
willen miskennen, noch ook de goede intentiën, te willen stellen, dient
die
toch uitge-
dat geheel deze ethische richting lijnrecht tegen het wezen der
Gereformeerde belijdenis overstaat, en dat niets zonderlinger noch raadselachtiger is, dan voorstanders dezer richtiing te ontmoeten, die zich aan dienen als leeraars in Gereformeerde kerken. Ze zijn de tegenvoeters van de Gereformeerde belijdenis. Rechtstreeks awfi-Calvinisten. Zoo scherp
en vlak tegen Calvijn overstaande en ingaande, kunnen staan. niet zuiverder tegenover elkander
En
toch
is
wel in
te zien,
waarom menig
dat pool en tegenpool
ethische godgeleerde dit niet
aanstonds doorzag, en mede als gevolg van gebrekkige kennis der histotijdlang, geheel te goeder trouw, zich kon inrie en der dogmatiek, een beelden en
tegenover
staande houden, dat juist de
richting"
„ziekelijke
kwam. Immers
hij
zonder vrees
kon,
het echt Calvinistisch beginsel
hij
onder
de
Gereformeerden bepleiten
voor tegenspraak, er op wüzen,
hoe onze Catechismus alles op de leer der dankbaarheid in het gebod en steeds op de practijk der godzalighet gebed deed uitloopen hoe Calvijn hoe niets zoozeer als een bloot verheid vollen nadruk had gelegd en ;
standelijk belijden
indruischt;
tegen het wezen van het altoos mystieke Calvinisme
terwijl anderzijds in tal
van Gereformeerde kringen juist dat
Gereformeerde prediking veelsstuk der Dankbaarheid verwaarlo ds in de de zedelijke macht, waarineens zins veronachtzaamd werd, en dientengevolge kracht van het Calvinisme blonk, bij de tegenwoordige Gereformeerde
de dit kwaad te stuiten, en alzoo veelszins verdonkerd is. Welnu, juist om te herstellen, legde zulk een zoo het Calvinisme in zijn oorspronkelijken luister
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's