E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 499
Derde deel
XXXIVa. HOOFDSTUK VIL
ZOND.
andere zonde
nu
om
zijn toeleg
maar
Wel kan hy daarom geweten hem vrijspreekt maar dan
kan
En zoo weinig kan
inzien.
ken
opgezetten
wille
van
oordeel
zin,
vellen,
God waren, zonder en dwing orn
dat
ze
allerlei
om Gods
dit
onze consciëntie raakten. Voed ik
van den leek geheel in deze afhankelijke bij
hoe
zedelijke
een
nochtans
alle zede-
Rome
het zedelijk
van de kerk
positie
ge-
vrij
maakte en
eenvoudig omdat de autoriteit van den priester de autori-
En toen nu de reformatoren gevoel Woord èn van zijn eigen
op die wijs de mensch èn van Gods verantwoordelijkheid werd
afgedrongen, hebben
om
der consciëntie in eere hersteld. Allerminst
Woord
v.
b.
zonde afhoud
deze leeken een nagenoeg correcte gedra-
consciëntie vervangen had.
der
dit
alle
zonder dat toch die correcte gedraging zedelijk
zijn,
zedelijk verhief; teit
van
kind zelf niet weet wat God wil of verbiedt en
bracht had, kon er zeer wel
den,
letterlijk
doet of laat. Daar nu de kerk van
ivil
daad
zijn
verborgene zonden, die zonden voor
goed werk te doen, dan mist
alle
zoolang
lijke waardij,
ging
zijn consciëntie. Eerst later
de consciëntie absoluut, in voorwerpelij-
kind zoo precies en onvrij op, dat ik het
leven
verkeerds doen. waarbij
staat hij niet schuldig aan
dat veeleer de teederste consciëntie nog altoos
de mogelijkheid openlaat van
het
conformeeren, of te-
meer verlichte consciëntie hem dan het zondige van
zijn
doen
met
te
iets
;
verkrachten
karakter eerst erlangt
dit
aan den wil des Heeren
zich
gen dien wil in te gaan.
het
hierin
waarheid verscholen, dat geen daad des menschen
als zoodanig, een zedelijk karakter draagt,
toch zijn
En
het al of niet verkrachten van zijn consciëntie.
:
juist ligt de diepe
door
501
zij
de rechten
de consciëntie voor Gods
maar opdat de mensch zich, in en met zijn consciëntie, aan Gods Woord zou onderwerpen, en juist door aan niets dan aan Gods Woord onderworpen te zijn, vrij zou worden en zedelijk
in
de
zich zou
plaats
kunnen
stellen,
te
opheffen.
Juist daardoor echter draagt de consciëntie ten principale het karakter,
dat ze ten
strijd constateert
en hetgeen
wisten wat
we
Nu
verklaren
we doen moesten; maar
weten
inging.
draait,
noch naar rechts, noch naar
weging wordt
Dit
echter
gebracht
we
tusschen hetgeen
deden.
;
is onjuist.
wisten, dat
sommigen
we doen moeswe wel
dit zoo, dat
dat onze booze wil tegen ons beter
De wil links;
en ons ik doet
is
een rad dat nooit vanzelf
maar
altoos door ons
dit altoos
in be-
fA:
naar zeker, geheel of
half bewust inzicht. Feitelijk is dus elke zonde tegen beter weten, gevolg
van een overlegging ven
ter oor zake
in ons, dat
we
de zedewet wel op
van eenig belang. Er werkt dan
re neiging, zekere verleiding. Daartegen gaat
zij
mogen
schui-
in ons zekere lust, zeke-
nu ons beter weten
in.
Maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's