E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 347
Derde deel
;
XXXII. HOOFSTUK
ZOND.
om
misbruikten,
het 'wezen der Gereformeerde belijdenis teniet te doen
van den kant der
evenzoo
vrees
lijke
G-ere formeerde belyders, die steeds de
dat
koesterden,
elk te sterk
Een vreeze
heime-
nadruk leggen op het stuk der
Dankbaarheid op vernietiging van eenigen troost uitloopen.
349
III.
in leven
en sterven zou
ongezonde en averecht-
die natuurlijk juist door de
sche prediking over dit stuk der waarheid niet weinig bevorderd werd.
Het
daarom dringend noodzakelijk, dat het standpunt waarop de
is
Catechismus zich in
omdat
gesteld,
valt en
derde deel plaatst, duidelijk in het licht worde
dit
daarna op ingang
eerst
er
klem van
dit
men
Dankbaarheid heeft
de gemeente te rekenen
bij
mag
stuk op de conscientiën
verwacht.
om
steeds een gelukkigen term genoemd,
uit
drukken, wat ons in de bespreking van Gebod en Gebed wordt voor-
te
gehouden. Hierop nu dingen
we
niets af;
maar moeten den
al te
vurigen
van Dankbaarheid toch zekeren toom aan-
voor dit begrip
ijveraars
leggen.
En dan waarvan
is,
in
er
zij
de eerste plaats op gewezen, dat dankbaarheid iets
in de Heilige Schrift bijna
geen sprake
valt. Slechts
éénmaal
wordt er van dankbaarheid, en evenzoo slechts éénmaal van dankbaar gesproken, en ting
van
dat
dit deel
beide
malen op een
van den Catechismus
XXIV
baarheid leest ge vooreerst in Hand. lus, in zijn pleidooi
de Joden
dat
om
Col.
III:
woord van
:
Van dank-
3,
waar de procureur
den landvoogd Felix
Tertul-
te vleien zegt
met dankbaarheid erkennen, wat Felix voor hun
„overal
15,
is van dankbaar sprake waar Paulus aan de kerk van Collosse schrijft: „Het
Christus,
wone
rijkelijk
onder u; leert en vermaant elkander
met psalmen en lofzangen"; en hieraan vooraf Gods heersche
uwe
in
zoo weinig slaat, op wat dat
met de gewone opvat-
en volksstaat gedaan had." En ten andere
land in
tegen Paulus,
wijze, die
niets uitstaande heeft.
Calvijn hier
liever
harte,
men
en
laat
iveest dankbaar."'
gaan
:
„De vrede
Een uitdrukking
die
gemeenlijk onder „dankbaarheid" verstaat,
vertaalt:
„en
weest
vriendelijk" (Op. vol. IX. p.
400a).
Ook het woord, dat en
hier in het oorspronkelijke Grieksch gebezigd wordt,
dat Eucharistia en Eucharistos luidt, zegt op zichzelf niets, dan „met
van verplichting en waardeering vervuld
gevoelens
betoonen van dankbaarheid door eenige daad of eenig in rig
zich.
in
Want wel wordt het
dit
grondwoord
Nieuwe Testament gebezigd,
het dankiveten aan
God
uit te
in allerlei
om
en
zijn",
werk
anderen vorm gedu-
het danken het dankzeggen,
drukken, maar op de daad, die
baarheid als plicht volgt, slaat het nimmer.
sluit het
volstrekt niet
uit
de dank-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's