E voto Dordraceno - pagina 143
ZONDAG want
het minst niet,
HOOFDSTUK
VII.
131
II.
„welke de Heilige Geest door het EvanHet gaat dus middellijk toe. Bedoelt het dan een gevoelige aandoening waardoor ge, al genietend, het weet? Al evenmin, want gevoelsaandoeningen kunnen bedriegen en vele bevestigde er staat bij:
gelie in mijn hart werkt."
kinderen Gods worden soms jaren lang niet door den nat gemaakt. Neen, bedoeld die rust in het
is
Woord. Het
dauw
des hemels
eenig en uitsluitend zulk een geloojszekerheid,
dus
is
in
dat
Woord den
goddeloozen, ver-
vloekten doemeling te zien, die wegzinkt, en dat nu de Heere u toespreekt
Woord: Die goddelooze opeens, die dorst, dat het hem
uit
dat
zijt gij!
En wie dat En nu, nu
gelooft, o, die hongert
brandt. ziet hij wat de Heere met dien gevloekten doemeling doet. Die gevloekte wordt verzoend, wordt een kind, wordt een gekroonde. En zoo, ook al voelt hij niets en merkt hij niets, gelooft hij en ziet hij dat God Almachtig in dien gevloekte en
verzoende hém redt!
Dan
dood van binnen, duisternis om hem heen, geen pad hij op den Heere zijnen God, doet hem rijden op de bergen van zijn heiligheid. is
het vaak
en geen weg; en toch dan juist vertrouwt en Hij
Dit alles nu ligt in het geloof
Maar
in.
Lag
er in
van
zijn
eerste kiem.
En
iets anders nu is het, of de persoon zelf werking zet. In doodsangst geeft iemand soms een gil met een stemgeluid, dat ge zegt: Wie had ooit gedacht dat er zoo'n stem in dien persoon inzat. En zoo ook hier. Als het er op aankomt, en dat geloof toont eens zijn reuzenkracht, dan is het een leeuw die van uit uw hart brult. Maar dit neemt niet weg, dat in den gewonen gang des levens, deze werking zeer onderscheiden is en zeer bij trappen gaat, en ook weer kan verdonkeren voor een tijd. 's Winters zit er aan heel den boom geen blad, en toch het blad zit er in. Zie maar als het Mei wordt! En zoo nu kan ook de uitwerking, de daad van het geloof, ook de inkeer ende daad van het geloof, nog zeer zwak en gering zijn, en weer inbuigen, en alzoo een toestand in het leven roepen van allerlei nood en
gaat er nooit
uit.
de volle kracht hiervan
heel
in
dood.
Maar dit alles doet niets af aan het geloof zelf. Ook al slaap ik, toch heb ik het gezichtsvermogen. Ook al blinddoekt men mij, toch is het ziensvermogen in mij. Ook al is mijn oog krank, toch zal na genezing blijken, dat het gezicht er nog
En zoo nu al
verblindt
blijft
ook, al gaat in
soms de wereld
uw
u, ja, al
het geloof het geloof tot
in
in
is.
geestelijken slaap het geloof kwijnen,
overvalt u geestelijke krankheid, toch
den
wortel
van
uw
wezen,
en
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's