E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 109
Derde deel
ZOND. XXVIII. HOOFDSTUK VI.
111
het brood en de wijn waren deelen van den disch, die er slechts bijkwa
men. Juist wordt de trokken, zoo ook het
Avondmaal dus
heilig
alleen
hem
op
dan
ons Avondmaal de Christus zelf tegenwoordig
bij
Godslam dat geslacht wierd, en zoo brood en wijn
heilige
bijkomen,
van het
lijn
hem
en van
wijzen
ge-
is als
bij
hem
getuigen. Doet nu de Roomsche,
Grieksche, en ten deele de Luthersche kerk hieraan te kort, door de pre-
van Christus
sentie
dat ook
eveneens opgemerkt, niets dan brood
maakten, evenmin kan
worden gehouden, zoo niet
er
wel
teekenen,
bij
maakt,
terwijl
verliest
het;
dan brood en wijn
er niets
en zoo de Christus
is,
Lam
er het
Gods, en hebben
dan eerst staat ge ook tegenover deze dwaling
en een
ge zulk
wijn
en
onder het Nieuwe Verbond Avondmaal
we
maar geen Avondmaal. Men zij dus onzerzijds met zijn Wie toch tegen Rome zich ophij zelf een Avondmaal enkel met brood en wijn viert, viering
Christus persoonlijk,
brood
en wijn zonder Paaschlam ooit Pascha
ooit
van Rome zeer voorzichtig.
bestrijding
zoo
die
brood
er
Dan toch ontbreekt
is.
zoeken, toch dient
te
Avondmaal verkrachten,
het heilig
zij
wijn zonder den Christus hebben. Evenmin toch als
en
onder het Oude Verbond
zelf
wyn
het broed en in den
in
bij
van het
Avondmaal
heilig
het ook ongezien, zelf tegenwoordig
zij
hem
als het eigenlijke
Lam
sterk,
bepleit, waarbij de is,
en waar
Gods dat geslacht wierd
bijkomen.
Wat nu wijn
deze betrekking aangaat, waarin de Christus dit brood en dezen zelven
zich
tot
tusschen
drieërlei
•
1^.
geplaatst heeft hier hebt ge wel te ondenscheiden
tusschen wat
den Christus afbeelden
van
vergoten wijn
;
20.
van den Christus
dit
brood en deze wijn op zich zelf
tusschen wat het als gebroken brood en
te
zeggen heeft; en
30.
tusschen hetgeen
uwe
het als gegeten brood en gedronken wijn teekent van
betrekking tot
den Heiland.
Worde
elke dezer drie kortelijk toegelicht.
Met het oog op het brood heeft Jezus des levens", en van den wijn volstrekt niet aan,
om
:
:
„Ik
heilig
ben het brood des levens
eet en mijn bloed niet drinkt, zoo hebt
mijn
vleesch
is
als
feil
gij
Avondmaal ;
indien
„Ik ben het brood
g\]
af te scheiden. Als
mijn vleesch niet
geen leven in u zelven; want
waarlijk spijs en mijn bloed
vleesch eet en mijn bloed drinkt, die
gaat zeker
:
ware wijnstok". Het gaat dus
gelijk vele uitleggers deden, Jezus' sterke uitspra-
ken in Johannes VI geheel van het Jezus zegt
zelf gezegd
„Ik ben de
is
blijft in
waarlyk drank
;
die
mijn en ik in hem",
—
myn dan
wie deze woorden rechtstreeks op het Avondmaal laat slaan,
ware hier sprake van een sacramenteel
in zich
opnemen van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's