E voto Dordraceno - pagina 115
ZONDAG
HOOFDSTUK
VI.
103
I.
trede dieper ingedragen, hoewel onze menschelijke natuur aan zich dra-
gende, desalniettemin van de zonde onzer menschelijke natuur persoonlijk geheel afgescheiden
zij.
Want
zulk een hoogepriester betaamde ons: heilig,
onbesmet en afgescheiden van de zondaren!
En nu komt dan
het tweede heilige moeten. Hij moet tevens, te zamen,
ook waarachtig God zijn. En waarom dit nu? Wat is de ordinantie, de schikkinge in den wil en de deugden van het Eeuwige Wezen, waaruit ook deze noodzakelijkheid rechtstreeks voortvloeit? Ter beantwoording van deze vraag wijst de Catechismus met onbetegelijk
rispelijke juistheid
schepsel eindig.
om
En
op tweeërlei: ten
eerste,
dat
God
oneindig
en alle
is
ten tweede, dat het alleen aan den Schepper toekomt
leven en gerechtigheid aan het schepsel toe te bedeelen.
Wie
acht dat ook een bloot mensch, d.
des toorns wisselijk,
Gods wel dragen
i.
een eindige natuur, den last
Gods oneindigheid,
kon, rekent buiten
zoo de Heere onze
God
eindig ware, gelijk wij eindig
o,
zijn,
Gedan
want dan zou ook zijn toorn eindig zijn; eindig in mate en eindig in duur; er ware dragen aan; en hoe diep die toorn ons ook neerwierp, eens ware de straffe van dezen toorn toch uit. Maar omdat wie zoo dacht tot een ontgoden van den levenden God zou komen, zoo is zulks onbestaanbaar, en moet wel beleden, dat van een Oneindig God ook alle werkingen en krachten oneindig zijn, en dat derhalve én in maat én in duur ook zijn toorn dit oneindig karakter aan kon
dit,
zich draagt.
En
hier
nu eindig tegenoverstaande, zou een bloot menschelijk Verlosser
dus nooit verlossen kunnen.
Want neem van
een oneindigen toorn tien-
duizenden van jaren eiken dag tienduizend deelen
af,
en toch
blijft
de
nog uit te drukken toorn altoos even groot. Vandaar dat de rampzaligheid wel eeuwig én in maat én in duur moet wezen, en dat dus ook de te komen Middelaar over oneindige krachten moet kunnen beschikken. Anders verslindt hij dien oneindigen toorn nooit.
Al moet dus dezelfde menschelijke natuur, die gezondigd heeft, de hand zijn,
waarmee deze
grijpende hand
is
last
des toorns wordt aangegrepen, meer dan die aan-
ze niet.
den toorn wegneemt, komt
En de
eigenlijke kracht,
niet uit haar,
maar
uit
waardoor
die
hand
de kracht der Godheid
komt en er in gaat werken. ,,Uit kracht van deze Godheid den toorn Gods aan zijn menschheid dragen", is dan ook de keurige uitdie er achter
drukking,
waarin
En nu de tweede
de Catechismus reden.
dit
heilige
moeten
zuiverlijk
belijdt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's