E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 252
Derde deel
254
ZOND.
Heere gold
den
•^Viin
XXXI. HOOFDSTUK
II.
zoodanig aanvankelijk slechts moord en echt-
als
breuk.
Zoo wierd dan de macht der Sleutelen almeer van y
maakt, en trad de
geestelijkheid,
om
gemeente losge-
(Je
onder de leiding van den bisschop, als
over ergerlijke en openbare zonden vonnis
geestelijke
rechtbank op,
te strijken.
Getuigen werden daarbij gehoord, een onderzoek ingesteld, en
de
bijaldien
aangeklaagde schuldig werd bevonden, het vonnis van den
Ban over hem uitgesproken.
Doch hiermee eindigde de uitoefening der
Immers de uitgeworpene kon berouw hebben, kon verlangen terug te keeren, en nu was het nogmaals de geestelijkheid, die optrad, om die verlorene den weg aan te wijzen, dien hij te bewandelen Sleutelmacht
om
had,
niet.
den vrede met de kerk en
God
zijn
Wie
herwinnen.
te
zich
hiervoor aanmeldde, werd dan peiütent, letterlijk een boetvaardige, en ontde geestelijkheid aanwijzing van wat
ving nu van
hij
de echtheid zijner boetvaardigheid te bewijzen. l]n had
dan werd in
men
openlijk
echter nog
God de zonden vergeven kon.
zonde gevallen geloovige wierd beschouwd
m.
om
hieraan voldaan,
Hierbij hield
steeds vast aan de overtuiging, dat alleen
De
hij
met handoplegging en een kus des vredes weder
hij
gemeenschap der kerk opgenomf-n.
de
doen had,
te
als
iemand, die zich zelf
een wonde had toegebracht, en die nu van den bisschop als arts de aanwijzing ontving van de artsenij, die te heelen.
deze
Zijn
artsenij
wederopneming
moest aanwenden,
hij
Cyprianus de bisschop
Slechts
hiertoe
zelf
deze
wonde
kerk was dan de betuiging, dat
in de
had aangewend, en dus
wiens wonde geheeld was.
om
in
te
beschouwen was
zooverre
mede,
als
hij
iemand,
werkte reeds volgens kerk ver-
als de bisschop de
tegenwoordigde, en iemand door verzoening met den bisschop te zoeken,
toonen
moest dat het hem ernst was met
met God
immers buiten de
te erlangen, die
zijn begeerte,
kerkelijke
om
den vrede
gemeenschap on-
denkbaar was. Wie buiten de kerk leefde was daardoor op zich "*
een verlorene. Door weer lijkheid
van weer gered
van den nog
niet
geestelijke
in de
te
kerk
te
komen, opende
zelf reeds
zich de
moge-
worden. Zelfs het denkbeeld, alsof de uitspraak
iemand op onfeilbare wijze de zonde
opgekomen.
hij
vergaf,
was toen
Of iemand werkelijk met God verzoend was, kon
eerst in het laatste oordeel blijken, en
daarom ging elke wederopneming
gepaard met een opzettelijk gebed der geestelijkheid en der gemeente,
om
den teruggekeerde aan te bevolen aan de genade Gods, opdat de vergeving zijner '
zonden een volstrekte mocht
zijn.
Ja zelfs toen Augustinus optrad
met de stelling, dat een schuldige aan (/orxZsonrff? niet slechts zich verwond, maar zich gedood had, en dus weer uit dien dood moest opgewekt, wierd nog altoos de eigenlijke verlossende kracht
niet
van den
priester,
maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's