E voto Dordraceno - pagina 79
ZONDAG
IV.
HOOFDSTUK
67
'
II.
kwaads; zoo ik het dan ook maar betaal; en eerst door het niet betalen van een schuld die op mij rust, v^ordt die schuld mij zonde. Men zie dus wel in, dat schuld op zich zelf niets uitdrukt dan de dure verplichting van een iegelijk mensch en zijn volstrekte gehoudenheid, om met heel zijn ziele en al zijn kracht in geestelijken zin heel Gods Wet na te komen. Dit stond niet aan
's
menschen believen, want daar schiep God hem God hem; en in dat scheppen had God alles
voor; op dat beding schiep
over u
te
toe komt,
Ge ontstond naar en door
zeggen.
Men mag dus
nooit zeggen, dat het al wel
om Gods Wet
zijn wil.
zoo de mensch er allengs
is,
volbrengen; dat de Heere den wil voor de
te
daad kan nemen; dat een mensch maar streven en pogen moet om verder te komen; en dat reeds een aanvankelijk begin van Wetsvolbrenging Gode lief moest zijn. Want dit alles zou wel doorgaan, zoo de mensch door zich zelf geschapen ware en nu zichzelven aan God gaf. Maar dit zoo
is
niet.
God
schiep
tot zijn dienst te
en schiep u
om
u geheel, in alles en eeniglijk
hebben; en Hij schiep u zóó dat
God
Schuldig aan
u,
en eersten polsslag
is
af,
de mensch dus,
om van
en voorts aldoor, en tot
elke levensritseling en elke levensuiting,
't zij
dit
in
kon. eersten ademtocht
zijn
alle
eeuwigheid,
in
gedachten, woorden of
in
werken, volkomenlijk en zonder eenig verzuim of gebrek of tekortkomen,
beantwoorden aan dit hoogste zedelijk ideaal, dat Hij, de Heere ook van zijn zedelijke wereldorde, zoo voor u als voor
te
als
Souverein
alle
redelijk schepsel gesteld heeft.
En nu wordt er alzoo en niet dit
in
alles
dit niet
altoos
bij
aan u overgelaten, maar
En zoo
u toe komt.
er
God neemt waar, dit
bij
u
niet
of dit
komt,
toe
en in elk opzicht er volkomenlijk toe komt, dan voelt Hij
diep en tot in den wortel van zijn
Wezen met
al
de heilige en on-
eindige fijne aandoenlijkheid van zijn goddelijke Natuur, en alzoo constateert Hij
Rechter
als
uw
schuld.
Het beeld van betalen, dat onze ouden
ook volkomen
juist,
als te stoffelijk,
om
hierbij
veel
bezigden,
voor ieder verstaanbaar, en behoeft volstrekt zedelijke
waardemeter
te zijn,
dan
is
niet,
afgeschaft.
Ook de aardsche rechter kent de boete, en de boete is niets anders, dan een waardemeter van een zedelijk vergrijp in geldswaarde. En nu stemmen we wel volkomenlijk
toe,
geen oneindig groot van millioenen
dat onze schuld voor is
uit te
God
zelfs
in
drukken, maar dat bedoelden
ouden dan ook niet als ze van ,, betalen" spraken. Ze bezigden dan eenvoudig een derde van vergelijking, en bedoelden, dat, gelijk alle schuld onder menschen in geld omzetbaar is en in den eisch tot betaling onze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's