E voto Dordraceno - pagina 364
ZONDAG
352 Er
is
HOOFDSTUK
XIII.
maar één goddelijk Wezen, en
III.
almachtige, oneindige
dit goddelijke,
Wezen is aan de drie Personen gemeen. Ze hebben Wezen, maar saam één Wezen. En ook ze zijn niet Wezen, maar in het ééne Wezen één God. Toch bestaat er daarom tusschen de drie Personen
elk
Goden
dit
in
zeer beslist onderscheid, en tengevolge van dit onderscheid zij ds che
een gelijk
niet
drie
één
in
ééne
Wezen
een
weder-
betrekking.
Dit onderscheid
niet,
is
dat de een minder
dan de ander; en
is
„De Vader is meer dan Ik", dan doelt God-zijn, maar op zijn staat in het vleesch. Neen, sonen zijn, omdat ze eenswezens zijn, evengelijk
Jezus zegt:
drie heilige Per-
alle
almachtigheid,
in
als
geenszins op zijn
dit
on-
metelijkheid en goddelijkheid.
Maar hoezeer ook
geheel gelijk in het Wezen, zijn ze nochtans onder-
De Persoon
scheiden door wederzijdsche verhouding.
kenmerken
die
den Zoon
Geest Geest doet
zijn.
tot
En
des Vaders mist de
Zoon maken, en de Zoon mist wat den Heiligen dit
onderscheid nu wordt daardoor uitgedrukt,
dat de Vader den Zoon genereert, en dat de Vader met den door
Hem
gegenereerden Zoon saam den Heiligen Geest van zich doen uitgaan.
Deze onderscheiding beduidt
niet,
dat er eerst alleen de Vader was,
en dat toen deze alleen zijnde Vader zijn eenzaamheid gebroken heeft
door den Zoon generatie
is
te
genereeren; want
een eeuwige generatie.
we Ook
belijden nadrukkelijk, is
het
niet
een
dat deze
generatie
die
dan afgeloopen is en weer ophoudt. Neen, deze generatie geheel eeuwig is, dus buiten allen tijd valt en waarvan ge is zulk eene die dus allen overgang van oogenblikken of toestanden verre moet houden. Ze is van allen aanvang volkomen en tegelijk nimmer eindigend. Ook niet gevallig noch bijkomstig noch hangende aan den wil des Vaders, zoodat ze ook had kunnen uitblijven of anders zijn dan ze is. Neen, de Vader zelf zou geen Vader zijn zonder den eeuwigen Zoon. Dit eeuwige Zoonschap is van de wezenheid in God onafscheidelijk. Dat de Vader Vader is, doelt dan ook enkel op de orde van betrekking zekeren
tijd duurt,
en wederzijdsche verhouding en duidt aan, dat de uitgang der levensbeweging niet in den Zoon is te zoeken, maar altijd in den Vader. Dies heet Hij de eerste persoon, en zijn uit
keerd
in
ontving, en
Dat nu
Hem
den Zoon geen levensbeweging
daarom
dit
zijn
alle
onderscheid
in
dingen door
is,
alle
Hem
(I
Hij
den Vader
uit
Cor. VIII
:
5).
betrekking tusschen deze Personen
genereeren en gegenereerd worden
bestaat,
betrekking tusschen beiden kon toch niet in
kan iets
omge-
dingen. Terwijl
dan die
niet
uiterlijks,
gelegden band bestaan. Bestond toch de Vader op zich
in
bevreemden. in
zelf en
het
De
een aan-
de Zoon
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's