E voto Dordraceno - pagina 442
ZONDAG
430
XVI.
HOOFDSTUK
I.
met name Owen, den zin dezer woorden wel terdege juist en goed voor de kerke Gods vertolkt hadden; en dat niet de kweekelingen der Rijkshoogescholen die deze uitlegging bestreden, maar wel het eenvoudige volk, dat er
we nu nog
aan vasthield, van wezenlijk wijzen zin
rijmdheid zelve
Verbeeld
blijk gaf;
dan gaan
verder en zeggen, dat heel de nieuwere opvatting de ongeis.
God de Heere
u,
schenkt het nieuwe Verbond. Hij, de Heere,
geeft zijn getuigenis uit den hemel. Ja, meer nog, gelijk er uitdrukkelijk staat:
bij
Zie VS 20.
Hij,
God
Almachtig, geeft dit zijn getuigenis met eedzwering.
En nadat nu de Heere des hemels en
der aarde gesproken; gesproken en het gesprokene met eede bezworen heeft, zou een
beslist
menschenkind zeggen: Nu geloof ik het nog niet; en zou God de Heere een borg moeten stellen voor de wezenlijke waarheid van wat Hij gezegd had. Let wel, niet een teeken, gelijk uw klein geloof soms vroeg en kreeg. Neen, maar een borg, d. w. z.: iemand dien de mensch
hem nog
beter vertrouwde dan
God
zelf.
Dit toch weet een ieder: Een borg vraagt ge niet, als
volkomen goed
moeden
is.
Van een borg
of mogelijkheid
bestaat,
is
dan slechts sprake,
uw
schuldenaar
als er kans, ver-
dat de schuldenaar zijn verplichtingen
zou nakomen. En als borg neemt ge dan niet iemand die minder, eischt ge altoos iemand die beter te vertrouwen is. Tot wat monstrueuse, gedrochtelijke en godslasterlijke voorstelling leidt
niet
maar
dan deze nieuwmodische betweterij niet. God de Heere zou zijn Verbond geven. De mensch zou oordeelen, dat de Heere voor dit zijn Verbond niet goed genoeg was. Deswege zou hij een borg vergen. En nu zou de Heere Jezus zich geleend hebben, om voor God, als ware de Vader minder te vertrouwen, borg bij ons te worden, als gaf Christus ons meerder zekerheid dan de Drieƫenige God zelf. Och, dat men toch
afliet,
uit
verborgen tegenzin en vijandschap tegen
dat borgtochtelijk lijden des Heeren, waar
ongerijmde denkbeelden
En
gij,
in
Gods
heilig
gemeente des levenden Gods,
onze zaligheid
al
Woord zie
in
te
in
is,
zulke
dragen.
toch toe, dat ge nooit, dat
ge nimmer door zulke drogredenen u laat afdringen van den schat en de heerlijkheid van het u overgeleverd geloof
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's