E voto Dordraceno - pagina 109
ZONDAG
HOOFDSTUK
V.
die volle inspanning, tienmaal duizend jaren
97
III.
met
volle teugen dien toorn
des Eeuwigen indronk, dan nog zou er geen einde aan
nog niet zichtbaar zijn, dat er De zonde is tegen God begaan, en dat
het zou
zijn,
wat zeg
ik,
af was. is
het ontzettende,
waarom
er
afdoen aan de straf en de eeuwige rampzaligheid zoo ijzingwekkend
geen
is.
En
dien hoofde nu leert de Catechismus, dat daarvan zelfs de allerheiligste
uit
engel u toch
nimmer had kunnen
altoos
nimmer
omdat
verlossen,
een bloot creatuur bleef,
het zoover met het dragen van
zeggen kon: ,,Nu
en
zelfs die allerheerlijkste engel
een bloot creatuur nooit ofte
Gods
toorn zou kunnen brengen
en alsdan, na dit einde van anderen zou kunnen overgaan. Als er aan de overzijde van den Oceaan op het strand staan, die naar dezen oever wenschen te komen, en is er geen schip of boot of vlot, en het moet met zwemmen geschieden, och, dan staan voor zulk een doel zelfs de beste zwemmers machteloos. Want hoe kostelijk en prachtig de'beste zwemmer ook zwemmen moge, niet één brengt het ooit ook maar halverwege den Oceaan. Stellig komt nooit één aan gindschen oever. En toch eerst als hij aan gindschen oever was, kon hij er aan toe komen om die anderen te verlossen. Het is dus dit oneindige waarop hier voor alle eindig creatuur de dat
hij
bereikt te hebben, tot
is
het einde bereikt",
het verlossen
mogelijkheid onverbiddelijk afstuit, en uit dien hoofde besluit de Catechismus nu, dat derhalve de Middelaar, die ons wezenlijk zal verlossen, en dus God moet zijn. Tusschen een schepsel en den Schepper ligt niets in. Er zijn geen overgangen, wat ook de Gnostieken van vroeger en de Gnostieken van nu gebazeld hebben en bazelen. De grenslijn tus-
dan Deze overgang is
tegelijk sterker
alle schepselen,
niet te stout.
schen het schepsel en den Schepper Staat het alzoo vast en
omdat
is
het
is
absoluut.
uitgemaakt,
dat
de
kracht
van
het
dan moet het wel een oneindige kracht zijn; en overmits het oneindige alleen in God wordt gevonden, zoo is het ,,God en mensch" de wonderbare tegenstrijdige belijdenis, waarin alle hope op verlossing uitloopt. En dit wordt nu alzoo beleden, niet als om te zeggen: ,,Ons denken stelt nu vast, dat zóó de Middelaar zijn moet", en nu voorts te gaan schepsel,
het eindig
onderzoeken, of wat
Maar
het
is
is,
hier niet toereikende
is,
God
ons zond, daaraan wel beantwoordt. omgekeerd een afgluren van hoe de Heere in zijn
zedelijke
schepping de grondslagen des zedelijken levens heeft vastgesteld, en nu tot de belijdenis komen, dat onze Middelaar die ordinantie des zedelijken levens niet vertreedt,
£
Voto
I
maar
heerlijk in zijn persoon doet schitteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's