E voto Dordraceno : toelichting op den Heidelbergschen Catechismus - pagina 220
Derde deel
222
XXXb. HOOFDSTUK
ZOND.
uw Koning gaan
goed en nog beter,
Een
na belijdenis
hij,
dit
blijft, is
komt aan
was,
of wel, dat
Heere
bepaalden
is
Avondmaal weg-
heilig
een onware vertooning hebben, weer van zijn
te
heilig Avondmaal we thans niet over;
gang naar het
zijn,
een
die
op dien en dien dag verhin-
kunnen zulke omstan-
zelfs
digheden geheel onafhankelijk van onzen wil sluipen
Avondmaal, en
AVant wel kunnen er omstandigheden
en daar spreken
deren;
het heilig
zijn belijdenis slechts
na in oprechtheid beleden
hij
afgevallen.
is
zijner vijanden.
van het
hebben gedaan,
te
een teeken, of dat
midden
belijden in het
iegelijk alzoo die belijdenis deed,
zoo
II.
zijn.
Maar wat nooit
in
mag
de fatale gewoonte, dat honderden en honderden die belijdenis
deden daarna
twaalf en meer jaren, voortleven,
tien,
vaak de eeuwig-
ja,
heid ingaan zonder ooit de versterking van hun geloof in het heilig Avond-
maal
te
hebben gezocht. Waar dat zoo
ontstaan. Daar heeft J
men
te
of drie geslachten de tucht
is, is
een ziekelijke ongezonde toestand
doen met een kerk,
is
gaan verzuimen;
minstens voor twee
die
die door dit
verzuim van
de tucht de grenslijn tusschen geloovigen en ongeloovigen geheel zwevend heeft gemaakt; die
om
het zwevend worden van die
lijn
niet
meer
geloof-
de aan het wedergeboren zijn van de doopelingen; die dientengevolge den
Doop gemeen maakte;
,
als uitvloeisel hiervan
gen op belijdenis aannam; en nu natuurlijk
om zijn
het opgaan tot het heilig
Avondmaal
weder onbekeerde doopelinhet recht en de kracht mist,
als plicht
voor
te
houden. Dat
dus de ontzettende nawerkingen van vroegere kerkelijke zonde; waar
alleen degelijke reformatie
aanbrengen. Maar,
van heel het kerkelijk leven beterschap
te dezer plaatse
van
al
in
kan
zulke bijzondere kerkelijke toe-
standen afziende, spreken we thans slechts den algemeen geldenden uit,
die in de
zijn
en het kan
Xgeloovigen
is;
doopt wordt;
I
waren harte
U
kwam,
(
^
kerken
vensregel
wet moet
heilig
keling
te
Christi, t.
w.
lO.
(zoo het
wel zal
bij
gelooven en zich tot God te bekeeren
moet; en
Ö'l
levens-
God wedergeboren,
dat deze gedoopten gehouden zijn
dit belijden
zijn) als
dat de kerk een vergadering der
dat het zaad der kerk, als door
2^. 3o.
zijn,
le-
;
het opgroeien, 4".
ge-
met
dat wie hier toe
dat wie dit beleed, op moet gaan tot het
Avondmaal. Deze zilveren keten hangt
in
haar geestelijke ineenscha-
met noodwendigheid saam, en niet één dier schakels kunt ge de klem en de waarheid gaat van uw kerkelijk leven af.
door-
vijlen, of
Hieruit volgt dus, dat ge niet, na de Tucht te hebben verwaarloosd, en
den Doop gemeen
te
hebben gemaakt,
en de belijdenis
te
wendigd, nu plotseling zeggen moet: Elk „lidmaat" hoort
hebben bij
veruit-
het Avond-
maal. Dit toch zou slechts leiden tot nieuwe zonden in de gemeenmaking .
van het Avondmaal. Maar wel moet de grondwet van het kerkelijk leven uit
Gods Woord weer aan de kerk op het hart worden gebonden en
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1892
Abraham Kuyper Collection | 631 Pagina's